Simmer yn Fryslân

In Column by Redactie

Door Wypkje Hettinga
Beeld links: Omrop Fryslân

Omrop Fryslân roept het al weken, maar deze week is het eindelijk zover: het is zomer in Friesland. En niet alleen in Friesland, ook in de rest van het land schijnt de zon en kijken we uit op ‘tropische temperaturen’, zoals Piet Paulusma ons dat met zijn meest Friese accent toebromt. Op dit moment geeft mijn weer-app aan dat het drieëntwintig graden is, maar in mijn achtertuin voelt het meer als tweeëndertig. Tijdens mijn tocht naar de supermarkt die ik zojuist maakte, merkte ik dat er nog wel een windje staat en dat de gevoelstemperatuur van mijn achtertuin een beetje overdrijft.

Is dit dan tropisch? Is dit het klimaat wat ik volgende week op Sri Lanka mee ga maken? Heb ik dan honderden euro’s uitgegeven om van dezelfde tropische temperaturen te genieten als hier in Leeuwarden? Ik betwijfel het. Hoewel de temperatuur daar op dit moment vergelijkbaar is met de Friese temperaturen van de komende dagen, geloof ik niet dat het hier echt ‘tropisch’ gaat worden.

Begrijp me niet verkeerd. Ik klaag niet om dit weer. Als ik ergens blij mee ben, is het wel dat de zon schijnt, want wat word ik lamlendig van die eeuwige twaalf graden die hier in Nederland regeert. De afgelopen weken werden we telkens blij gemaakt met een dode mus in zonvorm, die de volgende dag dan weer diep begraven werd door onweer. Twee dagen liep het kwik op tot de achtentwintig. Twee dagen lag ik met mijn bakkes in de zon. De overige tweehonderd dagen lag ik gewoon met diezelfde bakkes onder de dekens, een chronische winterslaap te houden.

Met mijn warme passie voor de zon, kun je begrijpen dat ik bloedlink word wanneer die eenmaal begint te schijnen in Nederland. Niet om de zon zelf, nee, wij lachen elkaar schalks toe en hebben alleen soms ’s avonds een roodverbrande discussie. Maar wel van Fryslân, en daarbij het Friese volk.

Op de hoge kwikdagen rent namelijk iedere echte Fries naar de dichtstbijzijnde schaduw, en smeert zijn gezicht in met factor vijftig. De muziek staat te hard, de zon schijnt te fel, het water is te warm en het rosébier smaakt naar pis. Het is ook,verdomme, nooit goed.

Afgezien van het feit  dat rosébier naar pis smaakt, want dat doet het altijd, kan ik verder geen nadelen van het mooie weer vinden. Op dit moment niet, in ieder geval. Ik neem het klaaggezang en de zomerse hardstyle van zes huizen verderop voor lief en ga weer lekker in mijn tuin liggen. Met tweeëndertig graden in mijn achtertuin, kan ik mij met mijn ogen dicht al op Sri Lanka wanen.