Wie wat bewaart, die heeft wat

In Column, Inspiratie by Wieke Wiersma

Door Wieke Wiersma

‘Wie wat bewaart, die heeft wat.’ Nu Facebook vol staat met spreuken over hoe we allemaal moeten leven van de wind, een glimlach het mooiste cadeau is (voor je het weet neemt mijn man zoiets serieus en dan kan ik iets met goud wel vergeten dus) en dat ik vooral moet livelove and laughen is het wel eens tijd voor een tegengeluid. Soms is het best handig om iets te hebben. Je kunt natuurlijk je vraagtekens zetten bij het nut van het bewaren van bepaalde zaken. Ik denk dat we een gezellige gonorroe maar niet moeten bewaren, daar zit niemand op te wachten. En die lieve meneer die zijn dode moeder al een aantal maanden op een kamertje had liggen heeft dit spreekwoord wellicht te letterlijk genomen.

Ik vond op zolder een kunstwerk. Nou klinkt dat inderdaad wel heel erg als een kunstwieke‘Tussen kunst en kitsch’ verhaal maar het is echt waar. Daar tussen de kerstballen lag een houten werk van Klaas Gubbels. Het was een wat bijzonder object. Een soort schaakbord op pootjes met een koffiekan daar weer bovenop. Hartstikke scheef en wankel. Het had een poos in de woonkamer gestaan waar iedereen er hele flauwe grappen over maakte. Ik riep dan uit dat het vast veel geld waard zou worden en hoongelach was mijn deel. Zulke rituelen. Maar op een gegeven moment begon ik te twijfelen aan mijn goede smaak en belandde het in een verhuisdoos en daar ging een jaar of 17 overheen. Tot ik het dus weer tegenkwam. Ik heb de kattenkots (ja echt heus) er afgeboend en het ding op Marktplaats gezet. Ik vroeg 70 euro en dat leek me best heel veel. Die grappen over het ding snap ik ook wel een beetje. En toen ontplofte de mailbox. Ik had binnen 24 uur bijna 50 mails van geïnteresseerden. Die boden niet maar vroegen wat mijn vraagprijs was. Ik kreeg een klein beetje het idee dat 70 euro misschien te bescheiden was. Maar wat ik dan wel moest vragen… ik kreeg er buikpijn van.

De werkelijke waarde bleek tussen de 1750 en 2500 euro te liggen. Dat bedacht niet ik, maar de curator van een museum en twee galeriehouders. En oja, ondertussen was er ook contact met de maker van het werk, meneer Gubbels zelf. Die het allemaal erg geestig vond vanuit zijn atelier in Frankrijk.

Ik zal u eerlijk zeggen, ik voelde me zoals die spionnen in films die met hun geheime belangrijke zaken verstopt in hun ondergoed over straat gaan. En als die koffiekan niet zo akelig zou zitten had ik hetzelfde gedaan. Want ik was ineens erg bevreesd voor inbraken en meer van zulks.

En toen kwam de onvermijdelijke vraag: hoe komt u hier eigenlijk aan? En dat was best wel een lastig verhaal. Mijn buurvrouw had een vriend. En die had een communicatieadviesbureau. Ofzo, want dat was allemaal wat vaag. En ook klanten die wel eens niet of schimmig betaalden. Zo kwam hij aan dit kunstwerk. En dit toverde hij voor mij uit de kofferbak. Zomaar. Dat vond ik ontzettend aardig. Zo is het echt gegaan. Het verhaal krijgt nog wel een wat KRO detective-achtige wending, want ondertussen werd ik lastig gevallen. Geen idee door wie maar ik kreeg de engste smsjes en brieven (ouderwets he?). Maandenlang duurde het en ze werden steeds grimmiger. Ik heb aangifte bij de politie gedaan en omdat in de berichten zoveel details zaten over de dingen die ik deed en droeg dacht de politie dat ik vast en zeker werd gevolgd. Fijn. En ineens stopte het. Ongeveer gelijktijdig met de relatie van de buurvrouw. Een klein jaar later belde haar ex mij op. Smoorbezopen. Hij moest en zou de buurvrouw spreken en probeerde dat via mij. Hij vroeg mij of ik nog blij was met mijn cadeau en ik beaamde dat. En toen vroeg ik hoe hij eigenlijk toen kon weten dat ik daar van hield. ‘O,’ sprak hij achteloos, ‘ik heb afdrukken van Gubbels bij jou zien hangen’. Ik werd helemaal koud van binnen. Want hij was nooit bij mij thuis geweest.

Uiteindelijk biechtte hij het op. Dat was hij dus wel. Met de reservesleutel die bij de buurvrouw lag. Nooit heb ik hem meer gezien of gesproken. En op een gegeven moment dacht ik niet meer aan het voorval. Tot ik dus die Gubbels op zolder tegenkwam. Geïnteresseerde kopers en galerieën vroegen steevast of ik een certificaat had. Dit werk kwam uit een serie en daar moest een certificaat bij zijn als ik het ‘eerlijk’ had gekocht. En ik had niet het idee dat dit op een geheel eerlijke manier bij mij terecht was gekomen. De curator uit het museum, wat ik dus maar niet zal noemen, gaf mij een waardevolle tip: verkopen dat kreng. Zo snel mogelijk en aan iemand die niet te veel vragen stelt. Zo gezegd zo gedaan. Aan een hele aardige meneer die ik het verhaal eerlijk opbiechtte en die het zo ludiek vond dat hij mij er een hele goede fles wijn bij gaf.

Nu voel ik me wel een beetje een boefje. Dat klinkt onschuldiger dan toegeven dat ik een heler ben. Ik heb immers geen bonnetje en ik weet ook niet naar wie ik het kunstwerk terug zou moeten sturen. Dus eigenlijk kan ik er niks aan doen. En, lieve rechter, ik heb toch niet gevraagd om een vieze man in mijn ondergoedlade? Eigenlijk ben ik het slachtoffer hier.

mob-wives-8Maar wat draagt een mens nu bij zo’n nieuw boevenbestaan? ‘ Orange is the new black’ leert mij weliswaar een hele hoop over gevangenismores maar bood weinig inspiratie qua jurkjes. Zelf zat ik te denken aan een klein vleugje ‘Mobwives’ (de fenomenaal foute serie over de vrouwen van maffiosi uit New Jersey), waarmee ik niet de vele vechtpartijen en vuilbekkerij bedoel maar hun voorliefde voor glitterjurken en (nep) bontjassen. En een hele hoop Michelle Pfeiffer in ‘Scarface’. Denk aan lange jurken en jumpsuits van zijde, onwijs sexy badpakken en veel witte broeken, jasjes en overhemden. En laat dat nu allemaal heel erg zomer 2015 zijn. Dus mocht ik een verkeerde invloed op u zijn en overweegt u om met mij het slechte pad te betreden; u weet in ieder geval wat u aan moet.