Een blanke vrouw op antiek Japanse vaas?

In Geschiedenis, Stadse Zaken by Lotte Knoppien

Door Lotte Knoppien

Ze had roodbruine krullen, een blanke huid en ronde ogen en werd in 1786 geboren aan de Nieuwestad in Leeuwarden. Ze heette Titia Bergsma. Niks bijzonders, zou je zeggen. Maar toch is het deze Leeuwarder vrouw die vandaag de dag prijkt op heel veel Japanse kunststukken. Japanse schilders en porseleinvervaardigers stonden in de rij om deze vrouw te vereeuwigen, samen met haar invloedrijke man en zoontje.

Titia Bergsma leeft met haar ouders en zusjes behoorlijk op stand en komt zo in contact met belangrijke mannen, waaronder ook Jan Cock Blomhof. Hij is wat ouder en Titia nog te jong om te trouwen volgens haar ouders. Niet veel later vertrekt Blomhof naar het Japanse eiland Deshima om daar een lucratieve functie op een handelspost te bekleden als magazijnmeester. Maar als Jan in 1815 terugkeert naar Nederland bloeit de liefde tussen hem en Titia weer op en trouwen ze hetzelfde jaar nog.

In 1816 moet haar man terug naar ‘de Oost’ en zo lonkt ook voor Titia het avontuur. Samen met haar man, haar paar maanden oude zoon Johannes en een Nederlands kindermeisje, gaat ze aan boord van het schip de Sourabaya, een verouderd schip dat weinig comfort biedt en zorgde voor een barre tocht. In Japan is hiernaast nog een groot risico, want de enige vrouwen die voet op Deshima mogen zetten zijn prostituees. Het echtpaar waagt de gok en landt na een zeereis van een jaar op het Japanse eiland. ‘Ik regel wel wat,’ moet Jan gedacht hebben. Het lukt na een stevige onderhandeling en bij hoge uitzondering mag Titia van boord.

Blanke mannen hadden de Japanners al vaker zien komen en gaan, maar Titia is als Westerse vrouw een bezienswaardigheid. Ze had niet dezelfde huidskleur en het zwarte steile haar dat ze gewend waren. En buiten dat liep ze anders, naast haar man en arm in arm. Not done in Japan, want daar moeten de vrouwen een paar meter áchter hun man lopen. Ze weet, ook vanwege haar decolleté, de gemoederen aardig bezig te houden en tegelijkertijd staan de Japanse kunstenaars te popelen om de roodharige Leeuwardense op verschillende manieren te vereeuwigen.

 

opnamedatum: 2005-12-15

Van links naar rechts: Jan Cock Blomhoff, kindermeisje Petronella, zoon Johannes, Titia Bergsma en twee Bataafse dienstmeisjes

 

Maar helaas, de hooggeplaatste locals vinden de komst van Titia toch niet oké. Na drie maanden van smeekbedes aan het Japanse hof, valt het besluit dat ze het eiland moet verlaten. Ze vertrekt met haar zoon en zonder haar man en komt na een uitputtende en zware reis aan in Den Helder. Afgemat en onder de zweren klopt ze aan bij haar schoonmoeder in Amsterdam. De eenzaamheid en het verdriet om het gemis van haar man maken haar depressief en ze sterft op 2 april 1821, slechts 35 jaar oud.

Haar ouders schrijven in haar overlijdensbericht dat de “ontzettende wederwaardigheden, gewaarwordingen, moeilijkheden en rampen” op haar reis hun dochter ziek hadden gemaakt. Ze was “door een zware hoest aan het zukkelen geraakt” en uiteindelijk bezweken aan een “uitterende ziekte”. Titia Bergsma werd begraven in de Nieuwe Kerk in Den Haag en het schijnt dat er vandaag de dag nog wel eens een verdwaalde Japanner aanklopt om de Leeuwarder Titia te herdenken.

Haar verblijf op Deshima was maar van korte duur, maar leidde tot grote artistieke gevolgen. Talloze Japanse schilders raakten van haar in de ban. Er werden zelfs hofschilders gestuurd om haar te portretteren. De Leeuwardense werd verheven tot het ‘icoon van de Westerse vrouw’. Naar schatting is haar portret vier miljoen keer en in 500 variaties afgebeeld op schilderingen, prenten en porselein. In de Japanse toeristenindustrie vind je nog veel afbeeldingen van Titia Bergsma. Ook is er een tekenfilm gemaakt over haar avonturen, waardoor ze zelfs onder Japanse kinderen een beroemdheid is. In Nederland is er minder te vinden van haar portretten, maar haar familieportret hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam en in Keramiekmuseum De Princessehof vind je de antieke Japanse vaas waar haar beeltenis op te zien is.

Bronnen: Marielle Hageman, Trouw, Parool