Vlees, Vis en Vega: de Flexitariër

In Column, Inspiratie by Femke Jaarsma

Door Femke Jaarsma

Vlees, vis of toch vega? Keuzes, keuzes: daar heb ik sowieso al wat moeite mee. Ook op eetgebied. Ik moet zeggen, ik lust eigenlijk alles. Dat is het probleem dus niet. Dat wil niet zeggen dat ik altijd alles even lekker vind, hoor. Maar wat betreft eten gaat het bij mij net zoals bij koken: gewoon uitproberen. Zo heb ik ooit eens hondenvlees gegeten (FYI: het was in Laos en het smaakte een beetje naar taai rundvlees) en mocht ik in Vietnam genieten van een kopje ‘poepkoffie’ (FYI: koffie gemaakt van uitgepoepte koffiebonen; google maar eens). In beide gevallen best te doen trouwens.

Sinds een aantal jaren eet ik niet meer iedere dag vlees. Misschien deed ik dat daarvoor ook al niet maar mijn geheugen gaat niet zo ver terug – gevalletje zwangerschapsdementie, een aandoening die bij mij na de geboorte van m’n dochter nooit meer is verdwenen -. Maar ik ben dus een zogenaamde flexitariër of deeltijdvegetariër. Het is beter voor de aarde, maar weinig vlees eten doe ik niet alleen uit nobele overwegingen: het is ook gewoon duur. Althans, duurder dan niet vlees eten. Hetzelfde geldt voor vis. Er zijn tegenwoordig genoeg lekkere alternatieven voor vlees of vis: even in het ‘groene’ schap van je local super duiken, naar de ekowinkel om de hoek of de biokraampjes op de markt bezoeken.

Nu pretendeer ik echt geen wereldverbeteraar te zijn. Ik probeer simpelweg een klein steentje bij te dragen. Leuke bijkomstigheid voor een doehetzelvert als ik, is dat je echt gaat experimenteren. Je moet wel. Ik bedoel, aardpeer, pastinaak en meer van dit soort ‘vergeten groenten’. Heel fijn dat je vergeten groenten tegenwoordig gewoon weer terug ziet in de schappen. Bij de Lidl ook nog, soms zelfs in de biologische variant: twee vliegen in één klap!

Nu moet ik natuurlijk daad bij woord voegen en met een duurzaam gerecht komen. Komt ‘ie dan. Geïnspireerd op een veganistisch recept van De Groene Meisjes. Moet gezegd: mijn variant is hier thuis een dikke hit!

Vegetarische ovenschotelIMG_3872

(voor 4 personen of 2 grote eters)

  • ca. 250 gram vegetarisch rulgehakt
  • pakje gepureerde tomatensaus (‘tomato frito’)
  • één ui
  • teen knoflook
  • 400 gram sperziebonen
  • één bloemkool
  • één grote bataat (zoete aardappel)
  • oregano
  • kookroom
  • olijfolie
  • paar tomaten
  • peper en zout
  • Parmezaanse kaas

Verwarm de oven voor op 200 graden. Snijd de bloemkool in stukken. Schil de bataat en snijd deze in stukken. Doe de bloemkool in een grote pan met water en kook deze beetgaar. Voeg op het laatst de bataat toe. Deze hoeft niet zo lang meegekookt te worden. Doe ook de sperziebonen in een pan met water en kook deze beetgaar.

In de tussentijd: doe wat olijfolie in een koekenpan en bak hierin de fijngesnipperde ui en knoflook. Voeg dan het rulgehakt toe. Kort samen bakken. Voeg dan de tomatensaus toe en roer hier wat oregano doorheen. Dit mengsel leg je op de bodem van de ovenschotel.

De uitgelekte boontjes komen als tweede laag in de ovenschotel. Giet de bloemkool en bataat af en pureer deze met een stamper of staafmixer. Voeg een scheutje kookroom toe. Voeg wat peper en zout toe naar smaak. Schep de bloemkoolpuree over de boontjes. Snijd een paar plakken tomaat en leg deze op de puree. Rasp hier wat Parmezaanse kaas overheen en zet de schotel ongeveer 15 minuten in de oven.