Vertrouwen

In Column by Elke Verwoerd

Door Elke Verwoerd

Jan Terlouw had het erover in DWDD: vertrouwen. Touwtjes uit een brievenbus. In een tijd dat je wereld nog klein was en sociale controle heerste. In een tijd waarin nog veel zaken in de doofpot bleven om de algemene orde niet te verstoren. Zo leuk lijkt me die tijd nu ook weer niet.

Tegenwoordig doen we allemaal een boekje open over ons persoonlijke leven op sociale media en weten we meer van een ander dan dertig jaar geleden. Vertrouwen we elkaar nu zoveel minder? Of is het de welvaart? Of maakt alle informatie die tot ons komt dat we veel meer op onze hoede zijn dan weleer?

Zaken belanden tegenwoordig minder snel in een doofpot en via de nieuwskanalen komt sneller dan ooit het verhaal tot je over de buurman die kinderen aanrandde. Kijk een aflevering Opsporing Verzocht en het vertrouwen in je medemens en je veiligheid op straat neemt af. Berichten over politie die niet of weer te radicaal optreedt en je vertrouwt dat gezag ook niet meer. Dat wantrouwen sijpelt door tot de bovenste lagen van de hiërarchie.

Het is dan ook niet zo vreemd dat touwtjes niet meer uit brievenbussen hangen. Wantrouwen vloeit voort uit een terecht of onterecht gevoel van onveiligheid. Natuurlijk kunnen we niet enkel de media hiervan betichten. Het is de complexiteit en ongrijpbaarheid van de wereldproblematiek die egocentrisme in de hand werken. Hoe complexer de materie, hoe meer de zucht naar simpele en rigoureuze oplossingen.

“De verharding van de maatschappij is te wijten aan hen die hun eigen belang niet in de ander zien.”

 

Er zit een ironie in. Het is een venijnige kwetsbaarheid van de mens, dat ze, net zoals een dier, te conditioneren en te manipuleren is. Nog venijniger is dat de mens het zichzelf aan kan doen: je creëert zelf je eigen werkelijkheid en filtert je omgeving enkel op hetgeen die werkelijkheid bevestigt. Soms tref je mensen die zichzelf daarmee in een afgrond werken. Zo kan een goed, leuk persoon zichzelf dusdanig kwellen met onzekerheden, dat het leidt tot een sneue vertoning van iemand die z’n eenzaamheid en desolatie tracht te ‘verbloemen’. Met arrogantie en leugens tot gevolg. Complexe materie, dus een simpele en rigoureuze oplossing van een masker. Tot het punt dat je geen greintje respect meer voor hem over houdt.

Er is behoefte aan integer leiderschap. Het pleidooi van Jan Terlouw was zo krachtig, omdat deze ook kwetsbaar was en integer. Terlouw was geëmotioneerd, tegelijk met een weloverwogen woordkeuze. Er sprak een leider, niet alleen over touwtjes, maar over ons, over de toekomst. Voor het eerst voelde ik me aangesproken door een oud-politicus.

In de NRC van afgelopen weekend doet Terlouw een beroep: “Zij [red: jongeren] moeten zeggen: we pikken het niet meer.” Dit is nu juist het punt. Leiderschap begint met persoonlijk leiderschap en zelfvertrouwen. Het begint met kwetsbaar durven zijn en hulp vragen wanneer nodig. Hier wringt het: we zijn hard naar onszelf en hard naar elkaar. We zijn meer bezig met onszelf profileren dan dat we elkaar vinden in gemene delers. De verharding van de maatschappij is te wijten aan hen die hun eigen belang niet in de ander zien, aan hen die van zichzelf een doofpot maken en hen die vertrouwen zien als naïviteit in plaats van een fundamenteel recht.

Hier zitten we dan, wij, de jongere generaties. We delen en masse Terlouw’s pleidooi en gaan weer verder tot de orde van de dag. Wij, die geen vingers durven te branden aan de politiek. Wij, die ons beste stuurlui aan wal wanen. En ondertussen pikken we alles, zolang we onze kop maar niet boven een telefoonscherm uit hoeven steken.

“A date which will live in infamy.”

 

Even moet ik denken aan Franklin Roosevelt die 75 jaar geleden de beroemde woorden sprak in de oorlogsverklaring aan Japan na de verrassingsaanval op Pearl Harbor: “December 7th, 1941. A date which will live in infamy.” Een aanval, terwijl de Verenigde Staten nog in overleg waren met Japan over het behoud van vrede in het Pacifisch gebied. Gezien de voorbereidingen voor een dergelijke aanval, was het glashelder dat Japan in de tussentijd de VS opzettelijk bedroog met het geven van valse statements en hoop op vrede.

Nog mooier was de toespraak van z’n vrouw Eleanor Roosevelt eerder op de radio, terwijl Roosevelt en het hele parlement zich voorbereidden. “Maandenlang hing het vermoeden dat iets als dit zou kunnen gebeuren boven ons hoofd, maar alsnog leek het onmogelijk om te geloven, onmogelijk om alledaagse zaken te laten vallen en te voelen dat er maar één ding belangrijk was: voorbereiden op een vijand ongeacht waar hij zou toeslaan. De onzekerheid is voorbij. We know what we have to face and we know that we are ready to face it.

Touwtjes komen niet meer uit brievenbussen, maar Terlouw kaartte wel problemen aan. Een oplossing bood hij niet. Het is geen kwestie van iets doen of niets doen. Het is de vraag of je verandering wil of in een status quo wil blijven hangen met mogelijk desastreuze gevolgen. Je bent tot beide in staat. Je kunt niets doen en wachten op een onaangename verrassing. Of je kunt voorzien en elkaar treffen. Wat zie jij graag veranderd? En durf je daarin kwetsbaar en onzeker te zijn? Met elkaar complexe materie grijpbaar te maken? Of dreigen wij de desolate, jongere generaties te worden die onzekerheden verbloemen?