“Op krukken”

In Kroegverhalen, Stadse Zaken by Zander Lamme

Door Zander Lamme

Satte keek om zich heen. In de hoek zat een man met zijn krukken tegen de bar. Hij kende de man van gezicht en besloot naast hem te gaan zitten. Eigenlijk had Satte helemaal geen zin om met de man te praten, maar hij was wel benieuwd wat er met hem aan de hand was. Net toen hij het wilde vragen stond de man op om te pissen. Satte aanschouwde de moeilijke bewegingen waarmee de man op stond en toen het de man eindelijk was gelukt, dwaalden Satte’s gedachten af.

In zijn jeugd repeteerde Satte iedere zaterdag met een orkest. Daarna ging hij steevast met een groepje, vooral koperblazers, die zopen het meest, naar een café. Eigenlijk moest Satte meteen na de repetitie thuis komen om te eten, maar hij vond dat de gratis nootjes als maaltijd volstonden. Of hij geld had of niet, maakte in die tijd geen reet uit. Alles kon op een kaartje en met het bedrag erop verbrak hij in de loop der jaren record na record.

barkrukken

 
Op zo’n avond vond hij zichzelf om vier uur ’s nachts aan de bar van het café. Alle bekenden waren allang naar huis gegaan zonder dat hij het in de gaten had. Ineens sprak de barman hem aan: ,,Satte, je weet hoe hoog je kaartje is?”
,,Nee, ik hoef het ook niet te weten, ik ga naar huis.”

Terwijl Satte z’n spullen pakte, noemde de barman het bedrag. Het interesseerde Satte daadwerkelijk niet, dus hij deed geen moeite het te verstaan. Een klein kwartier later fietste Satte het centrum uit. Ineens hoorde hij gekerm. Hij keek om zich heen, zag niets en fietste door. Opnieuw hoorde hij gekerm. ,,Het zal vast een of andere zwerver zijn”, dacht hij. Bij de derde kerm besloot hij toch te stoppen. Het geluid begon nu wel erg hulpeloos te klinken. Met de fiets in zijn hand liep hij een stuk terug tot hij een man zag liggen bij een hek. Aan zijn ene voet droeg hij een klomp. De andere klomp lag op de grond.

,,Hallo meneer. Wat doet u hier?”
,,Ik woon hier”, wees de man naar het huis achter het hek.
,,Waarom ligt u dan op de grond?”
,,Omdat ik vast zit.”
Satte keek naar het linkerbeen van de man. Het leek alsof het been inderdaad vastgeklemd zat tussen het hek. Hij pakte het vast en begon er aan te trekken.
,,Auwauwauw, stop!”

De harde pijnkreet deed Satte een klein beetje ontnuchteren en hij keek nog eens goed naar het been. Het zat inderdaad vast, maar niet vastgeklemd. Het been was gespietst aan een soort speerpunt van het ongeveer zeventig centimeter hoge hek. De punt was dwars door de kuit van de man gegaan.
,,Ik mag van mijn vrouw nooit over het hek heen stappen”, mompelde de man.
Satte belde 112 en bleef met de man wachten.
,,Waar komt u vandaan”, vroeg Satte de man.
,,Uit Leeuwarden.”
,,Ik bedoel: waar bent u geweest vanavond?”
,,Waar niet?”

Een politiewagen stopte bij het hek. ,,Goedenavond heren, wat is er aan de hand?”
Satte legde de situatie uit, terwijl een van de agenten aan het been van de man begon te trekken. ,,Auwauwauw”, riep die weer.
,,Goed, we hebben de brandweer nodig”, sprak de agent zonder zich iets van het gekerm aan te trekken. Een minuut of tien later verscheen de brandweerwagen. De brandweermannen laadden ogenblikkelijk een aggregaat uit en een hydraulische schaar. Een van de mannen plaatste de schaarbladen om een hekpunt, twee meter van de punt waaraan de man zat. ,,Even een testje.”
De punt vloog meters de lucht in en kwam vervolgens op het hoofd van de arme man die nog steeds vastzat. ,,Auwauwauw.”
De brandweermannen overlegden met elkaar en besloten uiteindelijk het been te bevrijden van de punt door de punt met een roestige ijzerzaag af te zagen en in de kuit te laten zitten. ,,Ze zoeken het in het ziekenhuis maar verder uit. Hij zal zeker een tijd op krukken moeten lopen.”

Satte ontwaakte uit zijn droom. De man was weer teruggekomen van de wc en knikte naar Satte. ,,Weet je waarom ik op krukken loop?”
,,Vertel.”
,,Ik ben van een huishoudtrapje gevallen.”
,,Jammer.”
,,Jammer?”
,,Ja, jammer, ik had gehoopt op iets spectaculairders.”