Terug naar de Noordersingel

In Column, Lekker lezen by Raymond Muller

Door Raymond Muller

Van het gebouw waar ik ben geboren, staat alleen de gevel nog. Ik fiets daar wel eens langs. En ergens daarbinnen was een kamer die nu niet meer bestaat, waar ik – besmeurd met bloed – voor het eerst geademd heb.

Ooit zijn wij geboren, jij ook, en je herinnert je er niks meer van.

Ik fiets ook wel eens langs het huis van mijn jeugd, als ik daar naar binnen kijk zitten er wildvreemde mensen op een wildvreemde bank, voor wildvreemd behang. De bloempot staat trouwens ook niet meer in de voortuin.

En op de Nieuwestad rijden geen auto’s meer – in ieder geval niet legaal. Het is ook al lang geleden dat ik met Pake veehandelaren handjeklap zag doen in het FEC of later met Eric er achter, langs een kooi met kadavers fietste, of nog later met Lange onder een laad- en losplek een spandoek voor Cambuur verfde.

Ik heb een duizendzaks broekzakhuispak vol herinneringen en nog denk ik dat ik het eeuwige leven heb. Dat ik onsterflijk ben, omdat ik me niet kan voorstellen dat ik er niet zou zijn, dat de aarde dan nog ronddraait. Terwijl al die broekzakken vol belevenissen, beelden en gevoelens toch bewijzen dat we voorbij gaan.

Zeg eerlijk: kun jij je voorstellen dat je er niet meer bent? Dat er mensen over de Voorstreek fietsen of eten in dat tentje op de Weerd, terwijl jij niet eens meer weet van het bestaan omdat je zelf niet meer bestaat? Dingen veranderen en dingen gaan voorbij.

We leven nu. Op dit moment. Misschien moeten we proberen dat zo leuk mogelijk te maken. Eigenlijk is het net als Ebenezer Scrooge; soms doe je dingen (onbewust) compleet verkeerd, maar het is nooit te laat voor een mooi inzicht en iets goeds te doen.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat we nog iets kunnen doen. Zoals Dylan Thomas ooit dichtte. Dus laat ik er dan maar vol voor gaan en een verzoek doen. Komt ‘ie: als je je deze dagen door de jungle van de supermarkt vecht, op de Nieuwestad Jeroen heerlijke kerstliedjes hoort zingen, of ergens aan het kerstdiner zit (al is het solo met een magnetronmaaltijd), maak dan een herinnering, een mooie, een vette. Niet eens voor jezelf, maar misschien juist voor en met een ander.

En laat me weten wat het was. Dan kan ik je in mijn broekzakpak stoppen. Gewoon omdat mooie dingen mooi zijn en het leven blij maken.

Trouwens, nog steeds adem ik wel eens aan de noordersingel, met in het zicht de gevel van het Diaconessenhuis en met in de rug de Prinsentuin. Het is nu dertig jaar later en ik herinner me nog steeds geen zak van mijn geboorte. Maar ergens achter die gevel gebeurde het.

Nog twee keer dertig jaar later galmt het gezang van Noord over mijn zerk en zit ik hopelijk in iemands broekzakhuispak een mooie herinnering te zijn, komt er een wildvreemde het grindpad op, houdt stil en steekt een kaartje tussen de kaarsen. ‘Raymond, ik heb vandaag wel zo iets vets gedaan…’

P.S. Wat Dylan Thomas dichtte?

‘do not go gentle into that good night,
old age should burn and rave at close of day;
rage, rage against the dying of the light.’

Zet ‘m op en fijne feestdagen!