Nuchter.

In Column by Elke Verwoerd

Door Elke Verwoerd

‘‘Helemaal goed, dan doen we vrijdag even een bor-, eh, bakje’’, hoor ik mezelf zeggen door de telefoon. Gezellig, El, weer een klap koffie. Zucht.

Ik besloot een maand niet te drinken. Toen een vriend een paar dagen eerder vroeg of ik met hem meedeed aan het 30 dagen ‘IkPas’-programma, zei ik nog: ‘’Nou, ehh, zó erg is het nu ook weer niet, hoor.’’ Maar als het zo erg niet is, waarom dan niet gewoon meedoen? Ik blikte terug op de afgelopen anderhalve week waarin het niet ‘zo erg’ was en bedacht me dat ik, op één dag na, het toch voor mekaar had gekregen iedere dag aan de pimpel te zijn. Dat vond ik toch wel wat verontrustend. Ik deed het niet eens zo bewust. De ene avond praat je bij met een vriend en trek je er een wijntje bij open, de volgende avond eet je met een vriendin en komt er een glas wijn bij, dan is er de vrijdagmiddagborrel, een avond uit en voor ik het doorheb, is dit gezelschapsdier bijna iedere avond enigszins onder invloed.

‘’Goed. Ik doe mee’’, app ik hem terug. Gelijk de eerste dag krijg ik al een berichtje van hem. ‘’En? De dag doorgekomen?’’ Grapjas. De eerste week vloog zonder moeite om. Als ik al in een café’tje zat, ging ik prima op Rivella. Ik ouwehoerde er niet minder om. Ja, minder slap, maar dat was geen vervelend neveneffect.

Het pittigste was juist toen ik net afgewezen was voor een sollicitatie. Op een haar na was ik het niet geworden. Hoewel ik me had voorgenomen daardoor niet bij de pakken neer te zitten, raakte het me toch. Toen lonkte de wijn wel héél erg, alsof alcohol een heilzame geluksdrank is. Het vroeg om de nodige humor en een verzuchtende blik naar m’n mok thee.

Ik werd me er meer en meer bewust van wanneer ik de neiging had naar de fles te grijpen. Doorgaans niet om het gezelliger te maken, maar minder ongemakkelijk of minder verdrietig. Alsof na een paar glazen wijn het leven je toelacht. De zorgeloosheid wanneer je je zorgen maakt, de rust wanneer je je rusteloos voelt. De volgende dag kleurt zich in tegenstelling tot de avond ervoor vaak met moeheid en melancholie, hunkerend naar een volgende ‘onvergetelijke’ avond.

De weken vlogen om. Iedere dag kreeg ik een berichtje van m’n maat of het goed ging. Dat voelde fijn. Ik ga niet liegen tegen hem natuurlijk, dus ook in het heetst van de strijd waagde ik me nog niet aan alcohol. Zelfs geen kersenbonbon, wat me even een legitieme manier van vals spelen leek. Ik was trots op m’n maat, m’n maat trots op mij en we gaven elkaar high fives over FaceTime en lachten hard om alle stomme bierreclames en de automatische vraag of je een wijntje wil. HAHA, dachten wij, WIJ TROTSEREN. Enkel om te verbloemen dat we met gebeten lip naar de zoveelste kop thee of een tomatensapje zaten te staren, waar de rest steeds joliger werd en steeds harder en onduidelijker begon te praten.

“In het ergste geval krijgt de zucht naar avontuur of romantiek de overhand. In het beste geval heb ik mezelf dan al geducktaped aan de bank.”

 

Drank heeft uiteindelijk hetzelfde doel als menig soort drugs; het manipuleren van je brein. Ben ik nu zoveel gezelliger met drank op? Of denk ik dat alleen maar? Of… Ben ik eigenlijk heel ongezellig? M’n innerlijke hedonist worstelt er af en toe nog mee. Het leven is lang niet zo meeslepend. De verhalen lang niet zo uniek als bijvoorbeeld die ene keer dat ik achter de vermeende liefde van m’n leven aanholde, alsof mijn leven zich na die openbaring zou ontvouwen tot een roman waar Jane Austen trots op zou zijn. Ik struikelde in die rotsprint ook nog eens over een stoeprandje. Lag ik dan op de grond. En de vluchtige zoen smaakte naar kipburger. Ik kan er nu om lachen. Ik ben gelukkig. En hij ook, dat is fijn. Geen eeuwige schade berokkend, godzijdank. Had ik echter niet gedronken die avond, dan had de goed gegronde twijfel de overhand genomen in plaats van de hartstocht en bravoure. Het had me de nodige gêne bespaard, laat ik het zo zeggen. In het ergste geval krijgt bij mij na pakweg vijf glazen wijn de zucht naar avontuur of romantiek de overhand. In het beste geval heb ik mezelf dan al geducktaped aan de bank, maar die ingeving komt altijd een glas te laat.

Een maand niet drinken heeft me al met al veel opgeleverd. Geen gênante situaties en hail, geen katers. Ik voel me helderder, productiever en eerlijk gezegd ook gelukkiger. Af en toe drink ik nog wel een glaasje voor de aardigheid, maar het is alsof ik m’n grens weer gevonden heb. Meer mezelf. Iets meer geremd, maar veel stabieler. En ik zie er, wonderbaarlijk genoeg, een stuk beter uit.

Dan is nu de volgende stap aangebroken: ik stop met roken. Dat had ik mezelf beloofd, al vind ik het best spannend. Ik besluit toch de expert in te schakelen die vanaf z’n zevende rookte en inmiddels 10 jaar succesvol gestopt is. Ik bel weer met m’n mattie die me zo steunde in m’n maandje alcoholvrij. Ik vraag hem voorzichtig: ‘’Hey… Ik stop dus straks met roken. Zou je dan hetzelfde willen doen als toen we met drinken stopten?” In het schermpje van m’n telefoon kijkt hij me bedenkelijk aan. “… Wil je dat ik ook stop met roken?”