Sluit Leeuwarden CityRock in het hart?

In Beleven, Sfeerverslag by Elke Verwoerd

Door Elke Verwoerd
Foto’s: Marthe Vroegop

Het had wat spannends: de derde editie van CityRock trapte gisteren af in het Rengerspark. Niet meer als een klein alternatief op het metalfestival Into The Grave, maar als een volwaardig, meerdaags classic rock festival op nieuw terrein. Met recente klachten over geluidsoverlast van festivals, mag je je afvragen of men hierop zit te wachten. D66 kwam op het laatste moment nog met vragen over de vergunning: is het Rengerspark wel een geschikt festivalterrein? In de achtertuin van Leeuwarden staat plots een groot podium aan de voet van de heuvel. Sluit Leeuwarden CityRock in haar hart?

Als door een geoliede machine rol je door de kaartcontrole. Ticket, bandje, tas: check. De opstelling op het festival doet aan alsof je Arausio toetreedt; de halve-cirkel-opstelling en het podium aan de voet van de heuvel geeft het gevoel van een Romeins theater. Om me heen kijkend, trapte ik bijna in een lege patatzak met mayo. Getsie. Zul je zien: nog geen minuut op het festival en ik heb al een uitglijer. Links en rechts staan eettentjes, niets bijzonders of culinair verantwoords: gewoon, burgers, patat en pizza. Stiekem vind ik het heerlijk. Hier, een festival, niets meer en niets minder. Geen quinoa of rechtsgedraaid melkzuur, maar precies hetgeen waar je maag je dankbaar voor is na x liter bier. Het publiek achterin kenmerkt zich door stille genieters, vooraan bij het podium is het lyrisch. Velen wagen zich aan een crowd-surf.

John Coffey bespeelt het publiek zoals we van de band gewend zijn. De liefde tussen publiek en band gaat over en weer: een lust voor oor en oog. Wat een gemis is het voor de Nederlandse rockscene dat deze Utrechtse band stopt. Zo chill als David Achter de Molen op het publiek ingaat, zo haaks staat Howlin’ Pelle van The Hives daarop met een overweldigend ego. Het geouwehoer tussen en tijdens de nummers kan z’n charme hebben, maar na tig keer vertellend dat ze The Hives zijn en ge-‘who are you?’, vraag je je af op het wel helemaal goed met hem gaat. Arrogantie valt nu eenmaal niet lekker bij dit nuchtere volk. Het is jammer dat de muziek zo goed is, anders hadden we ‘m collectief kunnen haten. De aandacht gaat uit naar de drummer en gitaristen die, nog altijd spuwend en zwetend, de welbekende riffs er nog evenzo energiek uit briesen.

coffey

Het Rengerspark doet ineens on-Leeuwarders aan. Je zou je zomaar even op de Glastonbury Tor wanen. Maar tweeëntwintig klachten zijn er geweest over de gekozen festivallocatie. Het zou de flora en fauna van het Rengerspark aantasten, geluidsoverlast veroorzaken dan wel wordt als argument gebruikt dat de gemeente te ‘lichtvaardig’ omspringt met festivalvergunningen. Dat D66 gisteren nog met vragen op de proppen komt aan het College, hoewel sommige vragen terecht, doet toch wat denken aan kommaneukerij. Zo kun je op iedere slak zout leggen. Om tweeëntwintig stemmen hoeft D66 het niet te doen – hoop ik -. Een festival is nu eenmaal gemoeid met geluid en heeft nagenoeg altijd effect op flora en fauna, tenzij in een geluidsdichte loods op een industrieterrein. Zijn het niet de vogels die opschrikken, dan wel de wormen die uit de grond worden gestampt. Zolang er niet dagelijks een ecologie verstoord wordt, herstelt natuur zichzelf miraculeus. Wat relativeren mag, in dezen.

Hier zie je een festival gestript tot de kern: pretentieloos, gemoedelijk, met liefde voor de muziek en een heerlijke line-up. Verbeterpunten zijn er – wellicht een afvalbak meer -, maar het heeft potentie. Juist door die nuchterheid. Een beetje festival maakt af en toe een uitglijer. Gun het de ruimte om te groeien en we hebben er een parel van een festival bij.