Afkicken van december? Nog even niet.

In Column, Inspiratie by Femke Jaarsma

Door Femke Jaarsma

Laat ik het maar gelijk toegeven: ik heb me meer dan tegoed gedaan aan al het ‘lekkers’ tijdens die oh zo gezellige vreet-, eh, feestdagen. Ik ben trouwens niet het type ‘Grinch’, hoor; die dagen vol familie- en vriendenvreugde waren echt héél gezellig. En lekker. Ik durf met recht te zeggen dat ik me op geen enkel moment heb ingehouden. Dat hoeft, nee, moet ook niet. Niet in die tijd van het jaar. En ook al sta ik normaal al haast nooit op de weegschaal, in december gaan alle remmen los. In januari maak ik het wel weer goed met m’n lijf, hoop ik. Met al die goede voornemens – die ik overigens eigenlijk een beetje suf vind -. Ik probeer het hele jaar door zo gezond en verantwoord (ahum) mogelijk bezig te zijn. Met alles. What can I say? Ben echt een heilig boontje.

En niet om op te scheppen (hallo, woordgrap), maar ik vind dat ik dit nieuwe jaar best goed begin, ondanks wat opstartproblemen. Lees: katerverschijnselen op 1 januari ondanks dat ik als een mietje gedronken heb. Ik moet dus nog beginnen, voedsel- en gezondheidstechnisch bekeken. Want ja, ook ik heb van die zeer voorspelbare voornemens waarvan de helft het voorjaar waarschijnlijk niet haalt. Of sneuer, die ik – uiteraard geheel zonder eigen schuld en wegens overmacht – noodgewongen moet doorschuiven naar 2016. Te beginnen met een detoxweek, waarvan ik graag later verslag doe als ik het overleef, iedere week naar yogales en hardlopen. En dat laatste, geloof me, dat wordt nog een ding. Als je de staat van mijn hardloopschoenen had gezien toen ze eindelijk gelokaliseerd waren, echt, bijna tot stof vergaan. Zonder overdrijven.

Nog even terug naar eten. En koken. Want daar gaat het uiteindelijk allemaal om in het leven. Wij hebben dus eigenlijk altijd drie kerstdagen. Niet vanwege allerlei ingewikkelde familietoestanden, maar omdat wij in de luxepositie zitten dat we ook met ons vriendencluppie van twaalf man ieder jaar getrouw samen koken en eten, Easygoing, dacht ik, en ging voor een supersimpel nagerecht. Want ook dit jaar blijf ik pleiten voor smart & simple koken. Deze creatie is er eentje die ik uit de kast trek wanneer ik het even niet meer weet, maar toch iets van eigen hand op tafel wil zetten. Als je net als ik altijd wel wat bladerdeeg en een zak rode bosvruchten in de vriezer hebt liggen, kom je een heel end. Met wat boter en een handje noten ben je klaar voor het volgende recept!

Nodig voor 4 bladerdeegtaartjes:

  • 4 plakjes bladerdeeg (ontdooid)
  • 1 pakje biologische roomboter
  • 150 gram gemengde noten (cashew, amandel, hazelnoot etc.)
  • rode (bos)vruchten uit de vriezer (of nog lekkerder: vers!)
  • eventueel wat suiker of honing

Verwarm de oven voor op 200°C. Leg de vier plakjes bladerdeeg op de bakplaat. Je begint met een handjevol noten. Deze leg je in het midden van ieder plakje bladerdeeg. Daar bovenop doe je een eetlepel roomboter. Als laatste schep je hier wat vruchten overheen en eventueel nog wat zoets zoals suiker of honing.

Vouw dan alle randjes van het bladerdeeg losjes naar het midden toe. Tijdens het bakken komen de randen wat omhoog zodat je een klein taartjes krijgt. Maak met een vork eventueel wat figuurtjes in de rand. Je kunt nog wat eigeel op het bladerdeeg doen zodat het taartje een mooi kleurtje krijgt. Zet de bladerdeeghapjes in de oven en bak ze in ongeveer 20-25 minuten gaar. De baktijd hangt een beetje af van je oven. Je kunt meestal wel zien wanneer bladerdeeg gaar is. Je kunt deze taartjes gelijk serveren of later nog eens opwarmen in de oven. Geen zoet toegevoegd? Serveer de bladerdeegtaartjes dan met wat (poeder)suiker, honing en/of verse slagroom.