Poedersuiker

In Column by Sierd van der Bij

Door Sierd van der Bij

Het moet Oud en Nieuw 2013 geweest zijn. Een jaar eerder misschien. Het zat er aan te komen. Siebe kreeg een deksel voor zijn harses. Peter vertelde het me. Ik begreep er niets van. “Een deksel van een melkbus,” zei Peter. “Zo voor zijn bakkes.” In die tijd gebeurde er in Heechterp veel, maar ik had nog nooit een melkbus zien ontploffen. Ik had ook nog nooit een melkbus gezien. Ik geloofde er geen fuck van, dus we stapten in een auto en reden naar je-wilt-er-dood-niet-gevonden-worden, ergens boven Dokkum. Daar kwam Siebe vandaan. Siebe had ons al eens verteld dat het tijdens Oud en Nieuw altijd “goed mal” ging. Het was het jaar dat zijn dorp voor het record carbid schieten ging. Ik dacht dat ze dat makkelijk gingen winnen, want wie anders gaat er met zijn kont op een vijftiende hands melkbus zitten, en houdt een aansteker bij zijn kruis?

Met Peter zijn Golf GTI was het Friese achterland nooit ver weg. Alcoholcontroles gingen altijd best, want Peter zijn vader had de blauwste broek bij de ME aan. De oude baas stond op stand-by, want het werd in die dorpen ’s avonds gevaarlijker dan op het Cambuurplein na een verloren wedstrijd tegen Heerenveen. En ik zag al snel waarom. Waar we normaal gesproken per dorp een kerktoren zagen, zagen we nu ook een grote rookwolk. Op de kruispunten in de kleinste gehuchten stonden dorpelingen met kratten bier rond een vuur. Ik begon tegen Peter over dat ene boek, Kruistocht in Spijkerbroek. Peter zei dat ik zelf een spijkerbroek was.

Siebe kwam uit Anjum, maar volgde een opleiding in beveiliging aan de Friese Poort in Leeuwarden. Daar ging hij veel om met Peppi, toen Peppi nog niet aan de poeder zat. Siebe was een beste vent. Altijd met het ene been in de stad en met het andere in Anjum. Of Dokkum. Geeft niet, allemaal hetzelfde. Eenmaal in Anjum zagen we wat er aan de hand was. Op het voetbalveld lagen stuk of vijftig melkbussen op een rijtje, met daarachter een Hielke of een Sietse met gehoorbeschermers op en een fles bier in de hand. Je zou ze bijna tegen henzelf in bescherming nemen. Als je deze lui op de grens met Duitsland zou zetten, dan hadden we in ’45 geen Bevrijding nodig.

Henk, Siebe zijn broertje, kwam op ons af met een schaal oliebollen en een kartonnetje poedersuiker. “Wat moate de Ljouwerters haw? In oaljekoek of wat speed?” Peter begreep er niks van. “Waar is je broer jong?” vroeg ik Henk. Ze hadden Siebe naar het ziekenhuis in Dokkum gebracht. Het ging goed met hem. “Ah jong, straks even in poederke foar Siebe, en dan knalle we sa it nije jier yn.” Peter keek eens naar de carbid schieters, nam een slok van een biertje, strooide wat poedersuiker over zijn oliebol en zei vol wijsheid: “Dit mutte we eens op de Voorstreek doen. In augustus.”