‘Ontspullen’: waar gáát het over?

In Column by Elke VerwoerdLeave a Comment

[Illustratie: Willie Darktrouser]

“We leven in een wereld waar er meer en meer informatie is, en minder en minder betekenis.” Het is een quote van de Franse socioloog Jean Baudrillard, bekend om zijn kritiek op de consumptiemaatschappij. Vorige week was het thema van IepenUP Live – de wekelijkse talkshow in het Neushoorn Café – ‘ontspullen’, een trend die wordt neergezet als een tegenreactie op het overmatig consumeren. Maar is dit wel zo?

Ontspullen is een hype. Ik zag laatst uit pure nieuwsgierigheid een veel te lange vlog van Laura Gommans over wat ze allemaal wel niet weg deed uit haar kledingkast. Eigenlijk ging het nergens over. Tien tergende minuten die ik nooit meer terug krijg. Natuurlijk, opruimen ruimt op, in meerdere opzichten. Minder afleiding, meer rust om je heen, geen afgeladen rommelbakjes waar een allegaartje in zit van spullen die je eigenlijk nooit gebruikt. Maar ontspullen an sich gaat om net wat meer dan louter spullen weg doen, en dat begint toch echt bij het kopen van die spullen.

Geluksmomentjes

Er is weinig dat de alledaagse sleur zo kan doorbreken als iets nieuws in huis halen. Echt waar. Even helemaal blij met dat nieuwe vaasje, nieuwe koptelefoon of, man, zelfs een nieuwe lipstick verricht wonderen voor je gemoed. We kennen ook de tomeloze excuses naar onszelf: “Je hébt toch al zoveel schoenen?” “Ja, maar niet déze.”

Het kopen van iets nieuws maakt je gewoon even blij. Even. Niet heel lang en ik moet zeggen dat de duur van het geluk kan verschillen per product, maar het maakt je even helemaal heppiedepeppie. Het geluk ebt op den duur weer weg. En dan heb je wéér niets om aan te trekken. Heb je álle platen al grijsgedraaid. Zijn die nieuwste sneakers toch écht wel een must-have of is dat tafeltje in de aanbieding toch nét wat leuker dan die ene die je hebt.

Hoor ik er wel bij?

Het is niet alleen de kick van wat nieuws kopen, evengoed worden we gestuurd in het kopen van nieuwe dingen door de reclamewereld en de media. Alle vrouwen zwichten voor je met die nieuwe aftershave. Je hoort er pas echt bij als je witte adidas sneakers hebt en je weet jezelf van de massa te onderscheiden met dat merk koptelefoon. We kunnen wel leuk zeggen dat we daar toch echt niet intrappen, maar het sluipt er dikwijls in.

Franse filosoof Yann Dall’Aglio verklaarde het als volgt: die nieuwe, hippe jeans waar je billen zo goed in uitkomen, koop je eigenlijk om ervoor te zorgen dat collega Sarah van de administratie je ziet staan of minstens opmerkt dat je fijne billen hebt. We kopen middelen om ons ‘verleidingskapitaal’ te vergroten. De laatste mode, de nieuwste gadgets, het zijn, zogezegd, onze pauwenveren. We profileren onszelf ermee naar de buitenwereld. Ik vind de redenatie wel treffend. Want, wees eerlijk, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar als ik weet dat ik geen afspraken heb staan en de deur niet uit hoef, hang ik de hele dag in m’n badjas en laat ik m’n snor van de bietensap bij het ontbijt gewoon staan.

Het vervelende is dat de reclame industrie vernuftig is in haar mensenkennis. Alle prikkels die je binnenkrijgt sturen erop aan dat je het gevoel krijgt iets te missen. Het gaat dan eigenlijk niet eens om het product an sich, maar om de ervaring. Vaak met een onderliggende boodschap als: “Voel je je sensueel? Goed zo. Good for you. Je bent een zelfstandige, sterke, sensuele vrouw. Je bent echt. Dat moet je benadrukken. Échte vrouwen weten dat je pas écht sensueel bent met de nieuwste lingeriecollectie van dit supermodel.”

Het is een gek idee: de reclamewereld bepaalt – of wil met alle macht bepalen – hoe aantrekkelijk je bent. En wat zegt de reclamewereld dan?: “Wat goed, dat je denkt dat je aantrekkelijk bent. Maar het is het nog niet helemaal. Hier, koop dit.” Het verlangen naar nieuwe dingen blijft zo in stand, omdat wat we aan prikkels binnenkrijgen continu impliceert dat we ongelukkig moeten zijn met wat we hebben.

Heb ik dit nu écht nodig?

Het punt bij ontspullen is dat het vaak een cyclus blijkt: oude weg, nieuwe in. Stomme jas weg. Hey, ruimte voor een nieuwe jas! Ontspullen begint eigenlijk met het besef van wat je hebt en hoeveel je eigenlijk niet nodig hebt, niet draagt of niet gebruikt. Vervolgens over het besef van je eigen koopgedrag. Hoe vaak je zwicht voor een ‘koopje’. Hoe vaak je kijkt, niet koopt, weer kijkt, toch koopt. Heb je het écht nodig? Stort je héle droomwereld in als je het niet hebt? Voel je je niet meer jezelf zonder?

Duurzaam

Duurzame spullen: saaaaai, duur en niet per se heel sexy. Immers minder geluksmomentjes. Maar wel beter: iets kopen waarvan je weet dat je er nog jaren plezier van gaat hebben. Tijdloze dingen, klassiekers, basics die lang meegaan.

Je kunt ook zelf recyclen. Kapotte dingen laten maken. Maak van twee kapotte broeken een hele of strijk zo een vet embleem op dat ene gaatje. Het hergebruik is ook alom vertegenwoordigd in de vintage-trend. Al gaan velen nog voor de vintage look van de H&M en de Zara en dat is ergens wel wat absurd: kapotte, gerafelde, niéuwe kleding kopen.Zo zijn er tal van oplossingen te verzinnen alvorens er weer wat nieuws moet komen.

Als ontspullen daadwerkelijk een tegenreactie moet zijn op de overconsumptiemaatschappij, dan gaat het in den beginne om bewustwording. Om gezond verstand en creativiteit. Om wat een tastbaar product je werkelijk waard is en of het echt zo een enorme contributie is aan je geluk. Zoals de quote van Jean Baudrillard ook geïnterpreteerd kan worden: hoe meer we hebben, hoe minder het voor ons betekent.