“Naar de kroeg in de hoerenbuurt”

In Kroegverhalen, Stadse Zaken by Zander Lamme

Door Zander Lamme

Het was die dinsdagmiddag rustig in de hoerenbuurt. Lou en Satte waren voor de afwisseling de straat in gegaan om op bezoek te gaan bij café De Ronding. Ze kwamen er niet vaak, maar het was een van de mooiste cafés van de stad.
De bordelen zelf werden deze dinsdag weinig bezocht. Of alle mannen moesten net tijdens het voorbijgaan van Lou en Satte achter de gordijntjes zijn gevangen. ,,Het mooiste van al die mannetjes hier, is dat er altijd een paar tussen zitten, die denken dat het na hun bezoek niemand opvalt dat ze de bordelen verlaten. Ze lopen de eerste passen snel zo’n tent uit en doen daarna alsof ze geen flauw idee hebben waar ze zijn”, zei Satte.
Lou knikte en opende de deur van het café. Binnen was het al net zo rustig als buiten. Een paar mannen aan de bar bespraken de avonturen van een ontsnapte crimineel. Aan een tafeltje zat een Antilliaan die de indruk wekte iets in de gaten te houden, maar het was volstrekt onduidelijk wat. Satte had het idee dat Antillianen nu eenmaal graag deden alsof ze elk moment beschoten konden worden.

,,Twee biertjes, graag”, zei Satte tegen de kastelein.
,,Heineken of Amstel?”
Zulke antwoorden van een barman brachten Satte altijd even van zijn stuk. Het verried dat hij geen stamgast was in het café waar hij zat. Hij vond het nooit leuk om geconfronteerd te worden met het feit dat niet elk café zijn stamcafé kon zijn. ,,We blijven hier niet te lang, oké?”, zei Lou. Lou had honger als een paard en was het liefst eerst iets gaan eten, maar Satte had hem weten te overreden met zijn al wekenlange onlesbare dorst.

Er klonk gerinkel en gejuich. ,,Yesyesyes!”, riep een jongen bij de gokautomaat die tot dan toe totaal onzichtbaar was geweest. Hij liep naar de bar, vroeg een zakje voor de munten, stopte de munten in het zakje en liep weer naar de bar. Na een tijdje zei de barman dat de jongen – Satte schatte hem net achttien – vijfhonderd euro had gewonnen.
De jongen wendde zich stoer, maar vooral kinderlijk brutaal, naar de gasten aan de bar en vroeg of ze nog een biertje wilde drinken. Lou slaakte een zucht. Hij wilde het bij een biertje houden en dan gaan eten, maar hij wist dat de onuitblusbaarheid van Satte nu wel heel erg tegen hem zou werken. Satte was hem bovendien voor met het geven van antwoord: ,,Geef ons nog maar een Amstel, vrolijke vriend.”

De barman zette de flesjes neer en ging met een paar gasten naar het rookhok voor een longverzetje. ,,Godverdomme”, zei de jonge winnaar. ,,Dit is wel even mooi. Kijk, als je wint, dan móet je een rondje geven, vind ik. In het dorp waar ik woon doe ik dat ook altijd. Een keer liep dat niet zo goed af. Toen bleken er veertig mensen in de kroeg te zitten. Gelukkig matste de barman me en hoefde ik maar een euro per biertje te betalen.”
Iedereen aan de bar knikte. Ze vonden het leuk dat de jongen zo blij was en hen allemaal van drank had voorzien, maar van gokken wisten ze genoeg en hoefde ze geen verhalen van jongelingen aan te horen.

,,Nu ga ik aan de bel trekken”, zei de jongen. ,,Dat hoort als je een rondje hebt gegeven.”
,,Dat had je vóór het geven van het rondje moeten doen”, sprak een van de gasten ineens fel. De onervaren opmerking van de dorpsjongen werd hem te veel. ,,Met het aan de bel trekken, geef je aan dat je een rondje wil geven.”
,,Oh, dat wist ik niet”, zei de jongen en hij liep naar het rokershok. Drie seconden later en nog vrolijker dan zo-even kwam hij terug en trok hij resoluut aan de bel. De gast die even daarvoor fel had gereageerd keek verbaasd. De jongen: ,,Ik heb aan de barman gevraagd of het alsnog mocht.”


Leeuwarder Zander Lamme schrijft in het dagelijks leven voor de Telegraaf als verslaggever van wat er zoal gebeurt in provincie Friesland. Voor MNSKP houdt hij het wat dichter bij huis: een serie kroegverhalen uit het uitgaansleven in Leeuwarden. Op stap met Lou, Satte en Forse Jongen.