Levenslange indruk door elf dagen op schrijnend Lesbos

In Actueel, Stadse Zaken by Esther Kloosterman

Door Esther Kloosterman

Nog steeds maken vluchtelingen de overtocht naar Europa. Velen komen na een oversteek via de Middellandse Zee in Griekenland terecht. Op het Griekse eiland Lesbos zitten verschillende kampen waar vluchtelingen worden opgevangen. De omstandigheden zijn slecht en aan hulp schieten handen tekort.

Sigrid Jansma is 24 jaar, woont in Leeuwarden en studeert Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de NHL. Elf dagen zat zij op Lesbos om vrijwilligerswerk te doen voor stichting Bootvluchteling. Tijdens deze ervaring heeft ze veel meegemaakt. Ik vraag haar naar haar ervaring tijdens het werk en hoe de situatie op het eiland is.

Waarom naar Lesbos?

‘’Het begon met een half jaar stagelopen bij vluchtelingenwerk in de gemeente Achtkarspelen. Ik vond het contact met de vluchtelingen en de persoonlijke verhalen die ze mij vertelden interessant. Nadat ik verschillende vluchtelingen had gesproken, besefte ik me pas wat een heftige en lange reis ze hebben gemaakt. Verschrikkelijk. Vluchten omdat je niet meer veilig bent in je eigen land. Mijn stage liep ten einde, maar ik wilde eigenlijk niet met vluchtelingenwerk stoppen. Ik ben me verder gaan oriënteren en uiteindelijk tot het besluit gekomen om vrijwilligerswerk te doen bij stichting Bootvluchteling.”

IMG-20160602-WA0005

Silver Bay & Kamp Moria

In Lesbos werkt Sigrid voornamelijk in twee kampen. Een kamp daarvan is Silver Bay: een soort hotel waar ongeveer 205 vluchtelingen zitten, voornamelijk zwakkere mensen zoals gezinnen, ouderen en zwak beperkten. Een mooie plek die er in het eerste instantie niet uitziet als een kamp. ”Bijna elke dag organiseren we hier activiteiten voor kinderen en voeren we gesprekken. We tekenen, wandelen of spelen een potje voetbal op het strand. Hier is ruimte voor persoonlijke aandacht. De eerste dag dat ik bij Silver Bay kwam, renden er gelijk al kinderen naar me toe om me te knuffelen. Het geeft hen een veilig en vertrouwd gevoel als we langskomen. Voor mij was het wennen dat onbekende kinderen je aanvliegen en niet los willen laten. Vanuit dit kamp worden vluchtelingen doorgestuurd naar Athene, waaruit ze geregistreerd worden en hopen op een plek in Europa.’’ Silver Bay blijkt een paradijsje in vergelijking met kamp Moria, een tentenkamp met ongeveer 4000 vluchtelingen.

”Als ik zeg dat je in vijf minuten van de ene kant van het kamp naar de andere kant loopt, kun je je voorstellen hoe krap het daar is. In Moria zitten voornamelijk mannen en jongens. Er bevinden zich enkele vrouwen met kinderen in een soort kooi in het midden van het tentenkamp. Schrijnend aan dit kamp vind ik dat de kinderen niks hebben om mee te spelen. Hierdoor vervelen ze zich en verzinnen ze dingen als stenen gooien en in een vuilnisbak van de berg afrollen. Kinderen moeten zich hierdoor vaak bij de medische post melden. ’s Avonds wordt er alcohol genuttigd in het kamp. Hier komen vaak problemen van. In dit kamp patrouilleren we ’s nachts en spreken we met vluchtelingen die daar behoefte aan hebben.

De eerste keer in Moria moet Sigrid na een nacht zonder slaap een nachtdienst draaien. Aan de buitenkant zie je alleen maar prikkeldraad, het lijkt net een gevangenis. Overal loopt politie en beveiliging. ”Ik kreeg een vreemd gevoel van alles wat ik zag en voelde me ongemakkelijk. Eenmaal binnen in het kamp zag ik veel tenten, troep en hing er een gespannen sfeer. Mensen stonden in groepjes te hangen en keken ons vragend aan. Na de eerste indrukken te hebben verwerkt, besloot ik een praatje met een groep vluchtelingen te maken.’’

In kamp Moria worden vluchtelingen minimaal 28 dagen vastgehouden. Zij mogen het kamp in eerste instantie niet uit. Mensen weten niet waar ze aan toe zijn en de situatie is uitzichtloos. De omstandigheden zijn slecht. Het is er vies, er zijn veel rellen en er wordt vaak gevochten, meestal tussen verschillende cultuurgroepen. ”Toen ik er was, was er eigenlijk elke dag wel iets aan de hand. De politie was niet aanwezig als je ze nodig had en er was niet altijd goed toezicht.”

‘’Mensen in het kamp zagen er slecht uit. Onverzorgd en vrij mager.‘’

Een bijzondere band

‘’Op een avond ontmoette ik een 19-jarige jongen die alleen naar Lesbos was gekomen. Hij vertelde dat hij zijn vader en broertje die nog in Pakistan zitten erg mist. Hij had allemaal steekwonden in zijn buik. In Pakistan was hij gestoken door zijn buurman, en kon wegens geloofsovertuigingen niet blijven. Daarom is hij naar Europa gevlucht. Als oudste zoon kreeg hij de taak om een veilige plek voor zijn familie te vinden. Opeens werd hij gedwongen volwassen te worden. Hij zat al 80 dagen in Moria, waar hij een kleine tent met 10 andere vluchtelingen deelt. Hij zei tegen mij dat we niet altijd hoefden te praten. Het gevoel dat er iemand bij hem was, was al genoeg.

Met deze jongen heb ik nog steeds contact. Hij vertelt veel over de situatie en wat zich daar afspeelt. Dat het nog steeds slecht is en er veel ruzies en rellen zijn. Hij vindt het fijn om van mij te horen wat ik in het dagelijks leven doe. Laatst zei hij: ‘ik heb geen leven meer en kan geen mens meer zijn’. Daarom vindt hij het prettig om te horen wat wij hier in Nederland doen en hoe het er hier aan toe gaat. Dit geeft hem hoop. Ik vond het  moeilijk om eenmaal terug in Nederland weer met de dagelijkse kost bezig te zijn. De situatie zit nog constant in mijn hoofd, mede omdat ik nog contact heb met deze jongen. Binnenkort hoopt hij uitgenodigd te worden voor een interview om te kijken of zijn situatie ernstig genoeg is om in Europa geplaatst te kunnen worden. De kans is erg klein, omdat hij een dag na het nieuwe akkoord op Lesbos arriveerde. Hierdoor zal hij waarschijnlijk terug moeten naar Turkije.’’

IMG-20160512-WA0000

Terug in Nederland

‘‘Ik vond het een heftige ervaring, waarin ik behoorlijk met mezelf werd geconfronteerd. Het was lastig om na elf dagen weer te vertrekken en hen daar achter te laten. Het liefst had ik iedereen meegenomen. Van een paar mensen kon ik moeilijk afscheid nemen. Dit kwam vooral door hun positieve instelling en hoe gastvrij ze zijn. Ze willen alsnog hun eten met je delen, ook al hebben ze zelf amper. Ze moeten hoop houden en geloven in een betere toekomst. Ze kunnen niets anders. Ik vind het indrukwekkend dat ze dit ondanks de omstandigheden nog kunnen.

We kunnen helaas weinig aan de situatie veranderen, behalve de situatie dragelijker maken. Tijdens een gesprek of het organiseren van een spel zorgen wij voor een lichtpunt in hun dag. We kunnen ze er niet weghalen en het proces ook niet versnellen. Het blijft moeilijk de situatie te accepteren, omdat je zo machteloos bent. Maar ik ben blij dat ik deze mensen heb mogen ontmoeten en voor enige troost heb kunnen zorgen.”