Lekker lezen: 2. De Achmeatoren

In Kort verhaal, Lekker lezen by Nena van Driel

Door Nena van Driel

De oud-Leeuwardense kan haar geliefde stad nooit helemaal verlaten en schrijft daarom over vriendschap, liefde, ouders, heden en verleden met Leeuwarden als thuisbasis. Lees hier deel 1. De Afsluitdijk, het eerste deel uit de reeks verhalen over Lucy, haar beste vriend Alex en hun gedeelde liefde voor en leed van Leeuwarden. 


…Of toch wel. Nadat Alex en Lucy de Afsluitdijk achter zich hadden gelaten, aten ze zijn beroemde biefstuksalade en haalde Alex haar met weinig moeite over om toch naar Leeuwarden te gaan.

Terwijl Alex en ik door de avond rijden verschijnt ‘ie plots aan de horizon. Hij verschijnt altijd ineens. De rode lijnen en het silhouet van het gebouw geven me altijd een gevoel van warme melancholie gemixt met kinderlijke blijdschap. Een ding is in ieder geval hetzelfde gebleven: de Achmeatoren. Ik glimlach en applaudisseer en zie vanuit m’n ooghoek ook een glimlach bij Alex. Het is niet de eerste keer dat de toren een applaus krijgt.

Kijk, van dichtbij is de Achmeatoren een totaal ander verhaal. Dan doet hij niets anders dan een plek zijn waar het altijd omheen waait. Veel dingen werken beter van een afstand, maar wanneer je te dichtbij komt, verliest het zijn magie en wil je weer terug naar het moment dat ‘ie net aan de horizon verscheen.

De laatste keer dat we met ons drieën waren, zijn we gaan rijden. Hij, Alex en ik. Het was een brakke zondag en terwijl de dag voor ons net begon, liep voor de meesten de dag al ten einde. We reden naar Harlingen en aten er kibbeling bij de haven. Het was geen bijzondere dag. Niemand had echt iets te zeggen: we waren ieder bezig met het overleven van onze kater. Toen de Achmea-toren op de weg terug weer vertrouwd in zicht kwam, had hij gejoeld als een wolf.

Terwijl Alex en ik nul-vijf-acht inrijden wil ik beginnen over die laatste keer, maar ik slik mijn woorden in. Alex praat niet graag over hem, beter gezegd, helemaal niet. Het is bijna twee jaar geleden dat we op een bewolkte zomerdag over de kiezelstenen van de begraafplaats achter zijn kist aanliepen. Vanaf het moment dat ik het nieuws hoorde was ik woest, woest op hem en mezelf. Die avond na de dienst, stonden we met de hele groep in zijn café, zijn Leeuwarden. Er was geen woede meer, enkel nog straalbezopen, net als de rest, net als hij, toen er een einde aan kwam.

Alex is bij aankomst vrijwel direct gegijzeld door een meisje op straat. Daar heeft Alex er een hoop van versleten de afgelopen jaren, meisjes. Ik zit amper op het drukbezette terras of er staat al een serveerster naast me en heb ik binnen enkele minuten een biertje op tafel.

Met een diepe zucht komt Alex tegenover me zitten, neemt een slok van mijn bier en leunt naar voren, zijn paranoia-blik over het terras werpend. ,,…Ik kom nooit meer van al die vrouwen af.” Ik kan een lach niet onderdrukken. ,,Don Juan luister, de vrouwen misvatten jouw afstandelijkheid als mysterieus en je weet hoe krankzinnig we daar van worden.”

,,Krankzinnig?”
,,Verliefd, geobsedeerd, alles roze: krankzinnig.”

Ik sla de rest van het biertje achterover. Ik heb een halve gedachte of er staan alweer twee nieuwe biertjes voor ons. De bediening hier is ook krankzinnig.

We laten het terras achter ons en lopen door een van mijn favoriete straten. Daar is het. Even staan we voor zijn café. Tot mijn grote verbazing loopt Alex naar binnen. Ik blijf buiten staan en kijk naar de gevel. Dit café heb ik nooit echt begrepen. Er komt bijna niemand, de muziek is verschrikkelijk, het behang valt praktisch van de muren, zelfdestructie hangt er als een dik, hoogpolig tapijt in de lucht.

Vertwijfeld stap ik naar binnen. Een paar van de vaste gasten aan hun kruk gesmolten. Hidde de barman zet een biertje neer voor Alex die al vertrouwelijk plaats heeft genomen. Ik sta wat ongemakkelijk bij de ingang en Hidde merkt me op. ,,De wonderen zijn de wereld nog niet uit, hè meisje? Fluitje?” Ik knik en ga naast Alex zitten. ,,Heel vreemd om hier te zijn”, zeg ik. Alex wil geen woord over hem spreken, maar wel bier drinken in zijn café. ,,Het is een goeie bar.” Ik knik en steek een sigaret op, een van de weinige voordelen in deze tent. Alex maakt een praatje met Hidde die nog altijd makkelijk om Alex’ grapjes lacht. Misschien komt ‘ie daarom hier. En ik heb het gevoel dat hij elk moment binnen kan komen lopen. Hij verscheen altijd opeens.