Leegstand en ondernemerschap

In Actueel, Stadse Zaken by Elke Verwoerd

Door Elke Verwoerd

‘OPHEFFINGSUITVERKOOP’. ‘NU TOT 70% KORTING.’ De grote neon gele en oranje stickers die resoluut op de ramen zijn geplakt, schreeuwen naar me. ‘We gaan verder met online-verkoop.’ Ruim een jaar geleden was de winkel tijdelijk gesloten wegens verbouwing. Er werd een nieuwe vloer gelegd en de muren kregen ongetwijfeld een frisse lik verf. Was er toen nog geen einde in zicht? Frappant. Zo heet de winkel. Ik bespeur er nu een lichte ironie in.

Iedere keer als ik dergelijke teksten op een winkelpand zie, heb ik met de eigenaar te doen; ‘een droom in duigen’. Hoe kan dit? Is de leegstand te wijten aan de economie of simpelweg een gebrek aan trendgevoeligheid en creativiteit van de ondernemer? Zien we in de leegstand terug hoe het kaf zich van het koren scheidt? Ik denk dat een aantal ondernemers geneigd is tot een slachtofferrol ten opzichte van de economie, maar allicht is het te wijten aan blind zijn voor de ontwikkelingen en niet de kansen zien.

Er is natuurlijk een aantal oorzaken voor te vinden waarom een binnenstad zo een transformatie doormaakt en er veel leegstand heerst. De consument verandert. Online winkelen viert hoogtij. Logisch: het gemak waarmee je iets koopt en de snelheid waarmee je het tegenwoordig ontvangt, wint het van pashokjes, lange wachtrijen en slecht weer. Hiernaast: niemand zit er op te wachten dat je iets koopt en het online terug vindt voor twintig euro minder. Van ‘kijken, niet kopen’ naar ‘kijken, online kopen’.

We zijn bedachtzamer in onze aankopen. Lidl en Action worden bejubeld vanwege de goedkope en in verhouding kwalitatief goede producten. Aan de andere kant heb je het publiek dat ‘winkelgenot’ – wat een woord – zoekt. Je loopt toch wat gezelliger door een AH met een achtergrondmuziekje dan tussen de dozen en TL-lichten van de Lidl. Kwestie van prioriteiten. Wat we kopen is óf goedkoop óf duur. De middenklasse verdwijnt steeds meer naar de achtergrond.

Hiernaast verwachten we steeds meer van de winkeliers zelf. We lijken haast terug te verlangen naar de tijd waar de schoenmaker je naam en schoenmaat uit z’n hoofd wist. We hechten meer waarde aan klantvriendelijkheid en goed contact met de verkoper. We hoeven niet meer het verveelde zeventienjarige meisje dat haast een zucht slaakt als ze wat moet doen. Aan de andere kant willen we ook niet die opdringerige verkoper. We willen zien, voelen en horen, sterker nog: gezien worden.

In de Randstad worden al winkels geopend die zich presenteren als etalage: je kan er passen, uitproberen, er wordt je koffie aangeboden en er worden demonstraties gegeven. Kopen kan je thuis online doen of ze helpen je in de winkel met bestellen middels een tabloid. In Leeuwarden zie je ook al de opkomst van pop-up stores. Drie weken geleden is in de Oosterstraten de kunst- en design pop-up FARSK geopend en in november was By I LOVE & RAW SUGAR vijf dagen in het Zaailand te bezoeken. Op 24 en 25 januari vindt ook het pop-up event Foodhallen plaats in winkelcentrum Zaailand. Het sterke aan de pop-up is vaak het samenwerkende karakter met verschillende aanbieders en juist het inspelen op bovengenoemde trends; een drankje erbij, muziek op de achtergrond, demonstraties tot het geven van workshops. Winkelen wordt een beleving.

Ondernemen is in beweging blijven en in contact staan met de wereld om je heen. in mijn optiek moet dat niet zo moeilijk zijn. Een ondernemer is net zo goed consument. Hoe onze binnenstad zich de komende jaren zal manifesteren, blijft nog de vraag. Naast een economische spil van de stad, kent het des te meer een maatschappelijke functie als ontmoetingsplek; onder de mensen zijn. In een wereld die overweldigt en vereenzaamt, mag de ontmoetingsplek, ondernemer tot consument, mens tot mens, weer in ere hersteld worden. De mens op de eerste plaats, dan volgt de economie vanzelf.