“Kaartje”

In Kroegverhalen, Stadse Zaken by Zander Lamme

Door Zander Lamme

‘Waar moeten we nu heen?’, vroegen Lou en Forse Jongen.
‘Sorry jongens, ik was helemaal vergeten dat ik daar nog een kaartje open had staan’, richtte Satte zich tot de andere twee.
‘Kaartje? Noem achthonderd euro gerust een kaart!’

De drie vrienden liepen weg bij het café. Toen Satte was binnengekomen had de barman hem de deur gewezen. Hij had er schoon genoeg van dat hij zijn kaartje alsmaar niet betaalde. Natuurlijk waren Lou en Forse Jongen met hem mee naar buiten gegaan. Ze gingen immers samen op pad die avond.

‘Misschien kunnen we naar De Stal?’, opperde Lou.
‘Daar mag ik niet meer komen. Ik heb daar het brandalarm drie weken geleden laten afgaan. De hele tent moest worden ontruimd’, biechtte Satte op.
‘Jammer, ik mag graag in De Stal komen. We zouden wel naar De Stier kunnen gaan?’
‘Die is dicht vandaag.’

De jongemannen liepen verder. Het regende een klein beetje, waardoor de straatstenen de lichtjes in de bomen langs de grachten weerkaatsten. Het was een mooi gezicht, maar de mannen hadden het koud en begonnen langzaam nat te worden.

Lou: ‘En De Hoek dan?’
Satte: ‘Tja, in alle eerlijkheid: ook daar doet zich enige problematiek voor. Ik heb daar laatst een kruk op de bar gezet en toen geprobeerd om er op te dansen. Jammer genoeg flikkerde ik met kruk en al op een barman… Nou ja, je begrijpt dat ik daar dus ook niet naartoe kan.’
Lou: ‘De Walvis?’
‘Uitgezet, toen ik aan een kroonluchter ging hangen’, antwoordde Forse Jongen.
‘De Amerikaan?’
‘Honderd euro op een kaartje.’
‘De Koning?’
‘Uitgezet.’

Ze waren ondertussen richting het hart van het stadscentrum gelopen, waar een oud weeghuis met overkapping stond. Het begon plotseling heel hard te regenen. ‘Laten we even schuilen en dan…’, begon Lou.
‘Naar het Oude Wijnhuis gaan’, viel Forse Jongen hem bij.
‘Ja, goed idee. Iemand een kaartje?’, zei Lou.
‘Nee’, klonk het uit twee monden.
‘Exen?’
‘Nee.’
‘Vernielingen?’
‘Ook niet.’
‘Mooi, dan wachten we deze bui af en gaan we daar naartoe.’

Ze staken een sigaret op en wachtten een minuut of tien tot de regen minder werd. Toen ze net wilden vertrekken, hoorden ze geroep. ‘Jo, dudes, wacht even op mij!’
Tegelijk keken ze achterom en zagen hun gezamenlijke vriend Cornelis.

‘Waar gaan jullie naartoe?’, riep hij.
‘Het Oude Wijnhuis.’
‘Shit, kunnen we niet ergens anders naartoe? Ik heb daar nog een kaartje openstaan.’
‘Wel, eh, eigenlijk…’, zei Lou.
‘Natuurlijk gaan we ergens anders naartoe’, onderbrak Satte hem. ‘Als we gaan, gaan we met z’n vieren.’
‘We kunnen wel naar De Grapefruit’, zei Cornelis.

De jongens keken elkaar aan. Ze hadden er eerder niet aan gedacht, omdat het een behoorlijk eind uit het centrum lag. Maar geen van allen had er ooit een probleem veroorzaakt. ‘Dat doen we.’

Ruim anderhalf uur later liepen de drie doorweekt de kroeg in. Ze gingen zitten aan de bar en bestelden een biertje.
‘Zal ik het op een kaartje zetten?’, vroeg de barman.


Leeuwarder Zander Lamme schrijft in het dagelijks leven voor de Telegraaf als verslaggever van wat er zoal gebeurt in provincie Friesland. Voor MNSKP houdt hij het wat dichter bij huis: een serie kroegverhalen uit het uitgaansleven in Leeuwarden. Op stap met Lou, Satte en Forse Jongen.