“Kroegdiscipline”

In Kroegverhalen, Stadse Zaken by Zander Lamme

Door Zander Lamme
De deur van het Vlinderdasje ging open en de gordijnen erachter sloegen door een windvlaag aan de kant. ,,Nee, het is niet waar!”, riep Forse Jongen uit, die met een donker biertje aan de bar zat. ,,Satte!”, riep hij naar een jongeman, die zojuist was binnen gekomen.
,,Het lijkt wel meer dan een maand geleden dat ik jou heb gezien.”
,,Twee maanden, bedoel je”, antwoordde Satte.
,,Ook goed.”
Satte keek goed om zich heen. Hij was inderdaad op de kop af twee maanden geleden voor het laatst in zijn stamcafé geweest. Geen van de gezichten aan de bar kwam hem onbekend voor. Hij maakte een kort praatje met de barman, die zichtbaar blij was een van zijn favoriete gasten weer in de tent te hebben, en bestelde een pilsener.
Satte nam alles goed in zich op. Ook al kende iedereen hem, niemand leek zijn twee maanden lange afwezigheid te hebben opgemerkt. Alle gasten groetten alsof hij gisteren nog in de bar had gezeten. Behalve Lou, die aan de andere kant van de bar stond en snel een telefoongesprek afrondde.
,,Satte, Satte, Satte, wat heb ik jou gemist, man”, riep Lou, terwijl hij naar zijn vriend liep.
,,Ik jou ook.”
,,Jaja”, zei Forse Jongen, ,,vertel nou maar wat je hebt uitgespookt al die tijd.”
De barman kwam erbij staan. Hij was net als de vrienden razend benieuwd.
,,Ik heb gewerkt aan mijn kroegdiscipline.”
,,Je wat?”
,,Mijn kroegdiscipline.”
De drie mannen keken Satte stomverbaasd aan.
,,Kijk, een maand of twee geleden werd ik ’s ochtends wakker en vroeg ik me af wat ik nu eigenlijk de avond ervoor had gedaan. Ik kwam tot de conclusie dat ik veel had gezopen, met jullie had gelachen, maar tot een kern van de avond kon ik niet meer komen. De rest van de dag heb ik daarover nagedacht. En ik ontdekte wat er aan de hand was. Ik moest discipline opbouwen. Als je wil dat avonden uniek blijven én je de avonden wil blijven herinneren, dan moet je daarvoor een plan van aanpak hebben. Dus besloot ik twee maanden lang naar verschillende kroegen te gaan, waar ik niemand ken.”
,,Maar iedere barman in Leeuwarden kent jou”, zei Lou.
,,Daarom ben ik naar kroegen buiten de stad gegaan. De eerste week koos ik voor een café in Workum. Daar ging ik met de trein naartoe om acht uur. Ik besloot voor mezelf dat ik per uur een biertje mocht drinken, niet meer. En ik moest spaarzaam zijn met verhalen. Want dat is vaak een probleem. We vallen allemaal zo in de herhaling. Dus ieder uur nam ik een pilsje en vertelde ik een verhaal. En vanwege de trein, was ik voor middernacht weer thuis.”
,,Een verhaal per uur?”, schreeuwde Forse Jongen, die aardig gedronken had, het uit.
,,Ja. Hoe vaak heb ik hier nu wel niet dat verhaal verteld over die inbraak in dat hotel?”
,,Wel een aantal keer, ja.”
,,Precies. En dat terwijl ik het verhaal nota bene met jou heb beleefd.”
,,Dat is ook zo.”
,,In elk geval”, vervolgde Satte. ,,acht weken lang heb ik in totaal acht verschillende kroegen in een week aangedaan om op die manier de kroegdiscipline op te bouwen.”
De barman, een zeer kundig en ervaren man, trok zijn wenkbrauw omhoog. ,,Maar nu dan?”, vroeg hij.
,,Nu ben ik weer terug en ga ik het proberen vol te houden.”

De drie luisteraars zwegen en keken bedenkelijk voor zich uit, tot Forse Jongen de stilte doorbrak. ,,Dit is flauwekul allemaal. Kastelein, schenk mij nog maar een Duvel.”


Leeuwarder Zander Lamme schrijft in het dagelijks leven voor de Telegraaf als verslaggever van wat er zoal gebeurt in provincie Friesland. Voor MNSKP houdt hij het wat dichter bij huis: een serie kroegverhalen uit het uitgaansleven in Leeuwarden. Op stap met Lou, Satte en Forse Jongen.