Is dit kunst of kan het weg?

In Column by Elke Verwoerd

Door Elke Verwoerd

De grootse muurschildering van Sol LeWitt (1928 -2007) werd overgeschilderd. “Een topstuk”, volgens de directeur van het Gemeentemuseum in Den Haag. Nu, in alle eerlijkheid, LeWitt zei me niets. Zo diep zit ik nu ook weer niet in de kunsten. Laat staan dat ik wist dat dit “topstuk” bij Aegon te vinden was. De nieuwe eigenaar van het oude Aegon-pand aan de Lange Marktstraat vond het maar niks en schilderde het minimalistisch wit. Het roept wel wat vragen op. Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Ik ben, denk ik, een beetje beduusd.

864x486

Het betreft een wandschildering van 12 bij 35 meter, van Oost-Indisch inkt. Het is een concept van de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt die meer dan 1200 van dit soort muurschilderingen maakte. En dit was dus een “topstuk”. Zijn werk valt onder de Conceptual Art en Minimal Art. Onder meer hangt er werk van hem in het Gemeentemuseum Den Haag en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zijn werk is conceptueel en dat is dan ook één van de argumenten om er een witte klats verf over te rollen. Hoe het is gemaakt is namelijk dusdanig gedocumenteerd dat het zo weer te repliceren is. Hier wringt het bij mij.

Stel, de Sixtijnse Kapel moet in één keer een jeugdhostel worden, en het plafond moet toch echt neutraal wit. Die plafondschildering van Michelangelo is dusdanig geanalyseerd en gedocumenteerd op hoe het is gemaakt, dus: “Niks aan de hand. We kunnen ‘m zo weer reproduceren.” Nu, ok, het is een overdreven vergelijk, maar de hamvraag is wel: van wie is kunst? Wanneer heeft het waarde en wie bepaalt of iets weg moet of niet?

“Het concept ís het kunstwerk.” Die insteek probeer ik te vatten. Conceptual Art is gestoeld op de gedachte dat het kunstwerk an sich niet belangrijk is, maar het denkproces erachter zwaarder weegt. Simpel gezegd: ik maak iets voor je en je vindt het grotesk, lelijk en wanstaltig. Dan zeg ik: “Hey. Het gaat om de intentie. Ik heb hier héul erg over nagedacht. En je mag het ook weggooien, want die intentie blijft bestaan.” Dus dit is misschien wel precíes wat LeWitt wil communiceren met zijn kunst: het doorbreken van die traditionele opvatting van wat kunst is. In ieder geval niet het eindproduct. Zijn kunst blijft zo te allen tijde van hemzelf.

En het wríngt! Ik ben geneigd om te zeggen: “Jéééézus, wat zonde!” en “Welke achterlijke bosviool gooit hier nou weer een bak latex overheen!?” Zucht. Dit is het. Kunst is niet alleen adembenemend, confronterend of onbehaaglijk, maar dus ook dit beduusde, bevreemde gevoel.

Leeuwarden is iets kwijt wat nooit van Leeuwarden was. Misschien snappen we de intentie van LeWitt wel als geen ander.