In gesprek met Jan Pier Brands over Neushoorn

In Interview, Stadse Zaken by Elke Verwoerd

Cultureel centrum Neushoorn heeft aardig wat publiciteit gekregen rondom de naam, maar wat kunnen we er nu van verwachten? Elke interviewt directeur Jan Pier Brands op zijn kantoor in de Ipe Brouwersteeg.

Het kantoor is ruim en hangt vol met plattegronden en inspirerende platen. Zelfs een print van de Neushoorn-cartoon van Van Beek hangt op de deur. Terwijl Jochem, één van de stagiaires bij Neushoorn de koffie klaar zet en vertelt over het onderzoek dat hij daar uitvoert, komt Jan Pier binnen.


Door Elke Verwoerd

We nemen plaats aan tafel, de koffie wordt ingeschonken. Jan Pier vertelt al in enthousiasme over het nieuwe pand en de ideeën, terwijl ik nog sta te klungelen omdat ik het dopje niet van de koffiemelkfles krijg.

Jan Pier, wat gaat het nu worden?

,,Aan de ene kant moet Neushoorn staan voor een goede avond uit, anderzijds gaat het om een stuk ‘Resource & Development’, zoals we dat noemen. Het moet een open plek worden waar diverse culturen samen komen. Denk aan muziek, maar ook bijvoorbeeld poëzie, dans en kleinkunst. Er zijn ook ruimtes beschikbaar voor het geven van cursussen.

Het moet een plek worden waar je met plezier bent en waar een goede sfeer hangt.’’

Hoe ga je dat bewerkstelligen zonder te mainstream te worden in de programmering?

,,Ik vind het niet erg om er een soort ‘what-the-fuck-gehalte’ in te hebben, dat je denkt: ‘wat is dit?’ Het mag verrassen, bijzonder en nieuw zijn.

Neushoorn is echt een gigantisch gebouw, waar ontzettend veel mogelijkheden liggen. Er is sowieso de grote zaal die 700 man kan hebben en waar de grotere artiesten optreden. Die zaal wordt ook ingericht als traditionele popzaal. Hiernaast hebben we nog een ruimte waar tot 400 man in kunnen, die is heel flexibel in te richten en een ruimte die beschikbaar is tot 250 man. We hebben nog het café dat erbij komt en tig kleinere zaaltjes. We willen een open cultuur creëren, waar initiatieven van buitenaf hier een podium kunnen krijgen.’’

Maar goed, als ik nu bijvoorbeeld fervent doedelzakspeler ben en ik wil graag bij jullie een podium, hoe gaan jullie daar dan mee om? Er moet dan toch animo voor zijn wil je dat rendabel maken?

,,Ieder muziekgenre kent wel een doelgroep. Het is kijken wat je erom heen doet. Met een doedelzak zit je al gauw in de folk/fantasy sferen, je wilt niet weten hoeveel animo daar voor is. Daar valt zeker wat van te maken.’’

Denk je niet dat de popcultuur wat meer gebaat is bij de kleinere, obscure kroegjes in plaats van een gigantisch gebouw?

,,Juist die kroegjes maken de popcultuur. Ik zie Neushoorn eerder als een aanvulling en dat het elkaar versterkt. Het één sluit het ander absoluut niet uit.

Weet je, we zijn nu aan het kijken naar soortgelijke concepten, waarbij educatie en muziek in één pand samen komen. Die zijn er niet of nauwelijks. Er is veel internationale belangstelling voor het concept. Het is vrij uniek, dat neemt ook wat uitdagingen met zich mee.

Er is hierom ook een reden waarom we het geen Poppodium willen noemen of, nog erger, ‘Poptempel’. Het wekt gelijk een indruk en maakt het heel groot. Dat zijn niet de termen waar we aan gelinkt willen worden.

Het moet een plek worden waar je met plezier zit, kan leren en geïnspireerd wordt.’’

Als je kijkt naar sfeer, welke locatie komt op dit moment het dichtst in de buurt bij wat je met Neushoorn wil?

,,Poeh. Dan denk ik aan de Tolhuistuin of Nowhere in Amsterdam. Of Dynamo in Eindhoven. En de Academie van Popcultuur natuurlijk.’’

Wat is nu de grootste uitdaging?

,,De grootste uitdaging is toch wel de exploitatie. We zijn idealistisch, maar het geheel moet wel te exploiteren zijn.

Ik geloof sterk in een horizontale vorm van organiseren en leiding geven, dat er niet teveel van bovenaf gestandaardiseerd wordt en de lijnen kort zijn. Ken je het fenomeen shared space in het verkeer? We zijn met een onderzoek bezig hoe dat toe te passen in een organisatie. Bij shared space in het verkeer heb je ook vaste richtlijnen, zoals ‘verkeer van rechts gaat voor’, bijvoorbeeld, maar regelt men het verder met elkaar door de interactie aan te gaan. We willen open staan voor iedereen, zowel binnen de organisatie als erbuiten, binnen de geschetste kaders.’’

We kijken nog even naar de plattegronden die op de muren hangen en hij laat me zien waar wat komt. ,,Tjongejonge”, zeg ik. ,,Voel je je niet als koning Louis XIV in Versailles?”

,,Hahaha, nee, enerzijds denk ik wel als ik door de bouw loop: ‘Bliksem, wat een ruimte’, maar tegelijk: ‘wat ontzéttend gaaf om hier met iedereen wat moois van te maken.”

Ondertussen klinkt er wat geroezemoes op kantoor. ,,Is het al online?” Vraagt Jan Pier. ,,Yes!”

,,Ah, dit is leuk! We hebben een filmpje gemaakt en daar maken we heel kort het logo in bekend. Moet je zien.” Hij vertoont de clip op z’n laptop. Ook de architecten van DP6 komen binnen om onder andere de toekomstige vloer van Neushoorn te bespreken. Ik probeer het geheel me voor te stellen. De grootste huiskamer van Nederland. Zou het? Het lijkt me inderdaad wel heel tof.


elke Elke (27) kan af en toe lekker diep nadenken en zich vanalles afvragen. Met enige humor en relativeringsvermogen schrijft ze over de onderwerpen die haar op dat moment bezighouden. Eerder schreef ze een artikel over de naam Neushoorn toen deze net bekend werd (en iedereen er even aan moest wennen).