“Ik was al wat verloren, dacht ik.”

In Interviews, Muziek by Elke Verwoerd

Door Elke Verwoerd

Het gaat goed met Yorn Overwijk, frontman van de band Icky Pack. Een jaar geleden spraken we hem samen met drummer Jelmer Terwal over de muzikale ontwikkelingen van de band en de opname van de clip voor het nummer Parasitical Blues. Inmiddels stond Icky Pack onlangs bij De Wereld Draait Door en reist hij het hele land door voor optredens. Hoe vergaat het hem nu?

“Ik was al wat verloren.”

“Ik zit al even in de muziek en zag ondertussen vrienden en lokale bands bij De Wereld Draait Door belanden. Ik was gewoon al wat verloren, dacht ik. Maar het lukte Peter, ken je Peter Voor De Wind, onze manager?” Ehh. “Die rooie?” Aha. “Ik vind het zo mooi dat we aan het prutsen zijn, ofzo, en dat ‘die rooie’ eigenlijk ook gewoon wat aan het prutsen is, maar het lukt ons wel. Het lukt ons toch om bij DWDD te komen, zonder dat we daar een grote naam voor nodig hadden die ons voordroeg.”

Je was heel zenuwachtig. “Ja, weet je wat het is? Om 19:00u begint die uitzending en om half zeven ongeveer ga je daadwerkelijk spelen, maar vroeg in de middag is al de soundcheck. Vervolgens ben je de hele middag daar en het enige wat je doet is rampscenario’s bedenken van wat er in een minuut allemaal mis kan gaan. Ik had zelfs m’n tekst uitgeprint, terwijl ik het nummer al echt zo vaak heb gezongen. Heel sporadisch heb ik nog wel eens een black out, dat ik ineens de tekst niet meer weet. Bij een gewoon optreden kan je daarmee improviseren, maar als binnen een minuut wat gebeurt of een snaar knapt, dan zie je me voornamelijk op zoek naar een snaar of een andere gitaar. Dat maakte me inderdaad heel zenuwachtig.

Hiernaast, Matthijs van Nieuwkerk bereidt alles ter plekke voor. Jelmer had de vragen afgeluisterd. De vraag zou zijn: ‘Dus, jullie hebben elkaar op een bijzondere manier leren kennen?’ Dat antwoord had ik enorm goed voorbereid. Maar toen kwam ‘ie met: ‘Dus, met z’n tweeën is voldoende?’. M’n eerste ingeving was: ‘Ja, goed geteld,’ maar ik dacht: dat kan ik helemaal niet zeggen, dus werd het – heel droog – ‘ja’.

 

Wat levert het je nu op? “Erkenning en bevestiging voornamelijk. Erkenning van buitenaf is alleen maar belangrijk voor andere mensen van buitenaf. Dan staat er bijvoorbeeld op de poster van een optreden “Icky Pack ‘van DWDD'”. DWDD is het idee voor potentiële bezoekers dat het wat waard is, dat is voor ons weer prettig.”

Meer vrijheid

Voorheen speelde je in pop- en rockabilly bands, is Icky Pack nu hetgeen wat je altijd al had willen doen? “Het enige wat ik altijd heb willen doen, is muziek maken. Bij voorkeur muziek die andere mensen ook leuk vinden. Ik begon in de rockabilly met eerst Billy Benton (& The Birddogs) en Downbeat Maestro’s. Rockabilly is hetgeen waar m’n hart toch altijd heel dichtbij ligt. Tegelijk heeft rockabilly vrij duidelijke kaders. Ik schrijf zelf m’n teksten, maar veel passen niet binnen die kaders als het niet over auto’s, leren jacks en lekkere wijven (mooie vrouwen, red.) gaat. In Icky Pack ervaar ik wat dat betreft meer vrijheid. Maar ik mis de rockabilly wel, ik denk ook omdat ik toen de contrabas speelde. Ik zou heel graag weer een rockabilly band beginnen.”

Contrabas op de Harlinger Visserijdagen

Je staat erom bekend dat je ieder instrument wel kan bespelen. Waar begon je mee? “Drums. M’n vader speelde drums. Het was toen ik een aflevering van Tom & Jerry zag en Tom op een contrabas zag spelen dat ik tegen m’n vader zei: “Ik wil bas spelen.” Toen had m’n vader voor m’n verjaardag een elektrische basgitaar gekocht en daar begon het mee. Bas werd me uiteindelijk te simpel, omdat ik voornamelijk ACDC luisterde en dat is maar één toon. Ik ben toen maar met gitaar begonnen omdat het wat meer uitdaging bood. Maar het was natuurlijk niet echt wat ik wilde.

Pas veel later kwam ik erachter dat het een contrabas heet. Toen liep ik met Lennard (Fopma, red.) door Harlingen op de Visserijdagen, ’s middags al half dronken natuurlijk, en ineens zag ik een contrabas in een etalage staan en die heb ik gekocht, ook al was die niet te koop. Dat zette de toon uiteindelijk voor Billy Benton en later Downbeat Maestro’s.”

“Ik heb eigenlijk nooit de ambitie gehad om een serieus beroep te beoefenen.”

 

De enige in de klas

Op het podium en ook daarbuiten ben je best wel een showman, heeft dat altijd in je gezeten of is dat zo gegroeid? “Ik heb mezelf nooit echt als een showman beschouwd. Het heeft althans nooit het doel gehad om op te vallen. Wel weet ik dat ik vroeger al meer een soort drang naar aandacht had dan bijvoorbeeld m’n broertje, die veel meer ingetogen is.” En op de basisschool dan? Viel je op? “Op de basisschool was dat niet zo aan de orde. Ik zat op een klein schooltje in Warns met vijftig leerlingen. Onze meester gaf les aan groep 6, 7 en 8 in één klas en van groep 1 tot en met groep 5 was het klas ‘Yorn’. Ik was de enige, dan valt er niet heel veel op te vallen.

Op de middelbare school was dat natuurlijk anders. Ik was lang niet populair bij iedereen, maar ik weet ook niet of ik positieve van negatieve aandacht goed wist te onderscheiden. Het was ook niet een heel bewust ding, ofzo. Ik zat op de MAVO, mede doordat er vrij laat werd gediagnosticeerd dat ik dyscalculie heb, hetzelfde als dyslexie, maar dan kan ik dus niet rekenen en haal ik cijfers nog wel eens door elkaar. Tegen de tijd van de diagnose zat ik al op Pop & Media, nu D’Drive – ik weet overigens niet of ik voor die studie gekozen had als het toen al D’Drive heette -. Ik vond het wel bijzonder dat alles wat op de middelbare school ‘raar’ werd gevonden, daar in één keer niet meer raar was.”

Altijd al muzikant willen worden?
“Nee. Ik begon eerst met tekenen. Ik wilde striptekenaar worden. …Als ik er zo op terug kijk heb ik eigenlijk nooit de ambitie gehad om een serieus beroep te beoefenen.”

Creep, Slither & Crawl

Terugkomend op Icky Pack, wat houdt jullie nu bezig? “Creep is nu de eerste ‘echte’ EP die we hebben uitgebracht. We hadden al een set met nummers, gewoon recht toe, recht aan rockmuziek en daar de beste van opgenomen. Creep is onderdeel van een drieluik. Ons volgende album heet Slither, deze komt in september uit en het album daarna heet Crawl. Slither wordt meer in de richting van waar we uiteindelijk willen staan. Wat meer diepgang, meer focus op tekst.

De kern van Icky Pack is dat het allemaal rauw en eerlijk mag zijn. Het is voor ons eerder een zoektocht naar mensen die hetzelfde vet vinden dan om bijvoorbeeld 3FM luisteraars tegemoet te komen. De kern van wat je doet ligt altijd bij jezelf, niet bij of een Matthijs van Nieuwkerk het leuk vindt of dat Giel Beelen het waardeert. Een 3FM moet een medium zijn om mensen te bereiken, niet een doel op zich. …Hoewel ik nooit nee zou zeggen, hoor, Giel!”

“Mist wel meer dan alleen een bassist”

Wat voor reacties heb je nu ontvangen naar aanleiding van je optreden bij DWDD? “De mooiste was iemand op Twitter die zei: ‘jullie missen wel meer dan alleen een bassist’. Het is eigenlijk meer een stelling dan een negatieve reactie.

Tot een bepaalde hoogte zijn positieve reacties natuurlijk fijn, maar kritiek is veel leerzamer. Voor mij is het ook een van de drijfveren om beter te worden, om meer te maken van een optreden dan men verwacht. We denken niet dat we ‘het gemaakt hebben’ of ‘er al zijn’, enkel omdat een aantal dronken gasten na een optreden vertellen hoe geweldig je was. Ik blijf maken wat ik mooi vind dan wel hetgeen ik vind ontbreken in de huidige muziekindustrie. Ik ga er vanuit dat als ik iets vet vind, dat er ergens mensen zijn die dat ook vinden. De uitdaging voor mij ligt in die mensen te bereiken.”

Het klinkt in ieder geval goed allemaal voor Yorn Overwijk. Het album Creep van Icky Pack is o.a. op Spotify te vinden en in september komt dus de nieuwe EP Slither uit “WACHT! Ik moet nog wat zeggen van Peter”, roept Yorn. Om deze reden nog onderstaand filmpje!