Hij bestond heus wel, net als Jezus

In Column by Redactie

Door Monica Beetsma

Het was 2 december 1979. Mijn ouders waren vergeten iets in mijn schoen te doen met Sinterklaas. Mijn wereld stortte in toen ik in mijn Sinbad-de-zeeman-pyjama de trappen af stormde, om een uur of half zes.

Het paard had zijn wortel niet opgegeten. Ik, Monica de pony-gek, vond dat vreselijk. Amerigo haalde zijn paardenneus op voor mijn wortel. Of nog erger, misschien was hij uitgegleden op de dakpannen en naar beneden gevallen. Lag hij nu met 3 benen in het gips op het dek van de stoomboot.

En er zat niets in mijn schoen. Ik heb hem nog ondersteboven gehouden, maar nee, hij bleef leeg. Ik was diep teleurgesteld. Ik heb de avond daarvoor minstens vier liedjes gezongen, Sinterklaas kapoentje, Zie ginds komt de stoomboot, Hoor de wind waait door de bomen en Sinterklaasje bonnebonnebonne. Nou, er lag niks in mijn lege tonne. En ook niet in mijn laarsje. Ergens tussen zes en negen jaar oud begint het te dagen dat je belazerd wordt. Want zelfs een zevenjarige snapt dat er niet veel paarden over daken kunnen galopperen.

Ik stoof de trap weer op, de slaapkamer van mijn ouders in. “Het paard heeft de wortel niet opgegeten!”, riep ik in het halfduister. “En er zit ook niks in mijn schoen!” De schuldige blik op de gezichten van mijn ouders deed mijn wantrouwen ontwaken. Mijn moeder stootte mijn vader aan en siste hem iets toe. Hij was op de een of andere manier de oorzaak van de lege schoen. “Ga nog maar even slapen“, zei ze. “Sint is laat vannacht, hij had het namelijk erg druk.” Ik gehoorzaamde braaf, en besloot dat snoep snoep was. Van wie het dan ook maar kwam. En hij bestond heus wel, net als Jezus. Ik zette het, zoals alleen kinderen dat kunnen, uit mijn hoofd.

Later die week, op school, liet de snor van Sint los en wapperde naast zijn wang. Toen geloofde ik het: Sinterklaas bestaat niet. En die Pieten, die waren geschminkt, dat had ik natuurlijk al gezien. Het was niet, nooit, geen enkel moment in mij opgekomen dat de Pieten verwezen naar een tijd dat galeislaven de zeeën over moesten roeien. Het waren Zwarte Pieten, want ze klommen door de schoorsteen. En de Sint was de Sint, een lieve oude kindervriend. Geen dogmatische überchristen die goedschiks – maar als het moest kwaadschiks – rooms-katholieke ideeën door onze schoorstenen kwam rammen.