Het vergeten bombardement in WOII

In Geschiedenis, Stadse Zaken by Lotte Knoppien

Door Lotte Knoppien

De doden die zijn gevallen in de Tweede Wereldoorlog hebben we een week geleden al herdacht. Ook de bevrijding van Nederland in 1945 hebben we inmiddels lang en breed gevierd. Zeventig jaar geleden is het alweer, maar onze generatie heeft nog het voorrecht verhalen uit de eerste hand te horen. Het zijn verhalen van opa en oma die onderduikers uit het Westen in huis hadden. Verhalen over de vader van mijn opa die bijna opgepakt werd bij een razzia, maar zich kon verstoppen in een hooiberg. Het is onvoorstelbaar en eigenlijk nog maar zo kort geleden.

Hoewel er op andere plekken in oorlogstijd veel diepere wonden zijn geslagen, is ook Leeuwarden in de jaren ’40-‘45 niet ongeschonden doorgekomen. Leeuwarden was voor de Duitsers van strategisch belang, vanwege de vliegbasis. Vanaf hier konden ze namelijk rechtstreeks naar Engeland vliegen. In 1940 bouwden de Duitsers het voormalige burgervliegveld om tot militaire vliegbasis. Ze gebruikten hiervoor het puin dat overbleef na de bombardementen op Rotterdam.

Grafmonument Noorderbegraafplaats van Johanna te Winkel en haar zoontje

Grafmonument Noorderbegraafplaats van Johanna te Winkel en haar zoontje

Hoe Rotterdam door de Duitsers verwoest is, kunnen we lezen in de geschiedenisboeken. Logisch, want er is niks meer overgebleven van de historische binnenstad. Bijna 1.000 mensen kwamen om en nog veel meer werden er dakloos. De bommen die in Leeuwarden zijn gevallen en de gevolgen daarvan, vallen daarbij misschien in het niet. Toch zijn er in onze stad ook doden gevallen. Op 20 januari 1942 werd de stad namelijk opgeschrikt door een hevig bombardement. 25 Engelse vliegtuigen stegen die avond in januari op en vertrokken richting Friesland. Achterna gezeten door de Duitsers die in actie kwamen vanaf de Leeuwarder vliegbasis, moesten ze hun lading kwijt. Een bom kwam terecht in het oosten van de stad, de Julianastraat, Willem Lodewijkstraat, Emmakade en Spoorstraat werden getroffen. Er vielen vier doden: Johannes te Winkel, een baby van een jaar oud en zijn moeder Johanna te Winkel. Ook de 11 jaar oude Dirk Veltman en scheepsbouwkundige Evert Zwolsman overleefden het niet. Hun zwaarbeschadigde woningen zijn nooit herbouwd.

Twee jaar later, toen de strijd om de bevrijding van Nederland in alle hevigheid voortduurde was er wederom een Engelse piloot die een bom liet vallen om aan een Duits vliegtuig te ontkomen. De bom kwam achter de Schrans terecht. Een jongetje van twee jaar bezweek onder een stenen muur die daardoor omviel. Het huis dat op die plek stond is nooit herbouwd en daardoor is de doorgang ontstaan die we tegenwoordig gebruiken om langs de Potmarge te fietsen.

Het zijn maar twee verhalen uit een turbulente tijd van vijf jaar. Er valt nog veel meer te vertellen over Leeuwarden in oorlogstijd, over het verzet, de deportatie van bijna de volledige Joodse gemeenschap en hoe de Duitsers het dagelijks leven domineerden. Mijn opa was toen nog een klein jongetje en beleefde die tijd naar eigen zeggen soms als een avontuur. Maar als ik in het Verzetsmuseum de verhalen van ooggetuigen lees en hoor, moet het voor veel mensen juist een zware en angstige tijd zijn geweest.

Dat de oorlog na zeventig jaar nog altijd leeft en diepe indruk maakt, blijkt wel uit de grote belangstelling voor de komst van de Canadese veteranen die met ons herdachten en vierden. Maar over tien jaar moeten we het alleen met verhalen doen. Dan zijn er misschien geen mensen meer die de oorlog zo bewust hebben meegemaakt. Laten wij dan de generatie zijn die de verhalen van onze opa’s en oma’s doorvertellen aan de volgende. Omdat we nooit mogen vergeten hoe waardevol en uniek het is dat wij in vrijheid leven. En omdat we ook nooit mogen vergeten dat het een heel groot deel van de wereldbevolking niet gegund is.