Het Kleine Leed van de Twintiger

In Column by Elke VerwoerdLeave a Comment

Door Elke Verwoerd

Aaaah… Het leven. Het leven is prachtig, zóiets moois en waarachtigs. Ja, toch..? Nah… Mwah. Eigenlijk is het een drama, een toneelstuk, een troosteloos langdradige film waar geen eind aan lijkt te komen en jij bent de oersaaie day-in-day-out hoofdrolspeler.

Dat heb je als Twintig-nog-wat. Een Twintig-nog-wat: een ’90s-kind, afgestudeerd, keuzeloos, kansloos, werkloos, perspectiefloos, inspiratieloos, máár met tomeloze ambities, aspiraties, interesses, dromen – waarvan allemaal teveel – en een levensfilosofie die op iets neer komt als een verzuchtende: ‘Als ik maar gelukkig ben’.

Is het de generatie? Zijn twintigers de ‘rupsjes nooit genoeg’? Of zijn het de out-of-the-box denkers; de ‘mogelijkheidzieners’ die te weinig ruimte krijgen? Werken willen we. We zijn zo flexibel als de neten, maar het liefst wel in werk waar we gepassioneerd over zijn en waarin we de vrijheid hebben om talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Of is dat het resultaat van teveel succesverhalen om ons heen, gevoed door media? De self-made men and women? Is ‘normaal’ niet ok? Moet je per sé bijzonder zijn, een wonderkind? Je hebt geld nodig. Geld biedt zekerheid, geld biedt mogelijkheden, maar het werk om geld mee te verdienen ligt niet voor het oprapen of het werk is niet leuk, eentonig, weinig enerverend, je baas is een lamzak en dan komt het…: je wordt er niet ‘gelukkig’ van.

Misschien hebben sommigen gewoon de ‘verkeerde’ opvoeding gehad, om maar wat te noemen. Is hen geen ‘werknemersmoraal’ aangeleerd, teveel complimenten, moesten ze vooral doen wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn, kregen ze gewoon die merkkleding waar een ander 86 krantenwijken liep om er wat hip uit te zien. Zijn we gewoon lui, verwend en wachten we tot alles maar komt aanwaaien. Of is de generatie voor ons té geweest? Kon de lol en de hebzucht niet op en is dat nu het referentiekader? ‘M’n pa had een koophuis op z’n 26ste, dus ik doe iets compleet verkeerd hier.’

Is het te wijten aan het onderwijssysteem? Op een te jonge leeftijd moet je kiezen wat je later wil worden, terwijl je als spruit nog geen flauw idee hebt wie je bent of wat je wil. Dat je op je zestiende denkt: ik word later kinderarts en in je twenties: verdomme. Waarom ben ik geen journalistiek gaan studeren? Dat is een tragisch besef. Geld is er niet en de politiek is niet meer zo happig op omscholing. Aan de andere kant: waar een wil is, is een weg toch?

Is het de arbeidsmarkt? De bezuinigingen? De overlevingsangst bij bedrijven? Eeuwige stages die worden aangeboden, maar een betaalde baan aanbieden, ho maar. Het is een vicieuze cirkel: crisis (het woord komt je inmiddels de strot uit), bedrijven gaan bezuinigen op personeel = meer werklozen = meer uitkeringen = minder in het belastingpotje = men moet meer belasting betalen = nog meer bezuinigen en doorlopende afname van de koopkracht. Kolere, je mag in je handjes knijpen als je een jaarcontract krijgt, als een bedrijf het lef heeft om je die aan te bieden. Doorgaans blijf je qua contract steeds haken op drie maanden. Sexy, die uitzendbureaus die zich elitair over je uitlaten. Daar zit je weer, in een callcenter; het centrum der kennismoord. Gokje: je hangt zelf altijd op als een callcenter belt, toch? Enfin. Het is brood op de plank. Je bent participant. Je wordt met rust gelaten, doe je ding.

Het maakt onzeker, want zelfs al weet je wat je wil, het blijft een kansspel. Continu in overlevingsmodus is ook niet bepaald motiverend. Waar het ook aan te wijten is, wat voor zondebokken we ook kunnen verzinnen, uiteindelijk blijft noodzaak de moeder van de uitvinding. Tussen de frustraties, afwijzingen en vervloekingen door, wanneer aan het eind van de maand je saldo weer ontoereikend is, krijgt creativiteit een kans. En hell, je kan altijd nog appels verkopen of bluntly je focus kiezen en hopen op het beste. En anders? Dan kan je nog zigeuner worden en je kinderen leren hoe je heel gelukkig kan zijn met weinig. Je kinderen zullen je dat dan weer verwijten, omdat zij niet met een hippe Google-Glasses kunnen lopen. Voor je het weet, spendeer je je oude dag in het penthouse van je dochter, want hè, ‘als je maar gelukkig bent’.