Het Vroegere Uitgaansleven

In Geschiedenis, Stadse Zaken by Lotte Knoppien

Door Lotte Knoppien
Bron: HCL

Een echte Leeuwarder weet precies waar hij moet zijn voor een leuk feestje. Het tegenwoordige uitgaansgebied concentreert zich vooral rond het Ruiterskwartier, de Doelesteeg en het stationsgebied. We drinken er menig drankje, roken sigaretten in bedompte hokken en voor de echte durfal is er vaak ook nog een gokkast te vinden. Drinken, roken en gokken deden onze Leeuwarder voorouders ook volop, maar het uitgaansleven zag er toen anders uit. Ook toen vervulde de horeca een belangrijke sociale functie en waren deze gelegenheden de plek om anderen te ontmoeten. Echter, de scheiding tussen klassen was wel een stuk duidelijker dan nu.

Net als in de rest van Nederland begint de geschiedenis van de Leeuwarder horeca zoals we die nu kennen rond 1600. De stad telde toen veel horecazaken, waar het er niet altijd even braaf aan toe ging. Er werd volop bier gedronken en gegokt om enorme bedragen. In publicaties van het HCL kunnen we lezen over de herbergier Ernst Jansz. van Wageningen. Bij zijn overlijden in 1609 had hij nog een ton bier tegoed van zijn bierleverancier Jouke Pietersz. Een ton bier was in die tijd meer waard dan een weekloon van de gemiddelde Leeuwarder.

En zelfs de uiteenlopende meningen over roken in de horeca zijn niet van deze tijd. De stappers van 1600 hielden ook wel van een rokertje en er werd in de Leeuwarder kroegen dan ook volop gepaft. Zoals de Leeuwarder dichter en arts Petrus Baardt over een kroeg schreef: “Daer stinckt-me voort de kamer vol. En rooct en smooct en drinckt hem dol.”

Interieur Oranje Bierhuis, 1909

Interieur Oranje Bierhuis, 1909

In Het Oranje Bierhuis, op de hoek van het Auckamastraatje, kun je de sfeer van weleer nog enigszins proeven. Dit café stamt uit 1770 en is een van de oudste nog bestaande horecagelegenheden in de stad, waar het interieur de afgelopen eeuwen nauwelijks veranderd is. Nog ouder is Café Blauwhuis, waarvan de eerste vermelding als horecagelegenheid stamt uit 1692. In die tijd lag het café buiten de stadswallen, om de stedelijke regels en belastingen te omzeilen. In de eeuwen daarna konden de inwoners van deze buurt hun zuurverdiende salaris opmaken in een van de andere zes kroegen, waardoor drank en armoede hier de boventoon voerden.

Al moet gezegd worden dat drankmisbruik ook binnen de stadsgrachten orde van de dag was. Rond 1860 was Leeuwarden een van de Nederlandse steden waar de drank het rijkelijkst vloeide. Het is niet helemaal duidelijk wat daar de reden van was. Wilden de armoedige arbeiders hun dagelijkse beslommeringen vergeten door zich een stuk in hun kraag te zuipen? Of misschien werd de gegoede Leeuwarder wel een stuk socialer van een paar borreltjes teveel.

Degene met wat meer aanzien dan de gewone arbeider, ging namelijk naar een sociëteit. De Grote Sociëteit was de eerste in Leeuwarden. Opgericht in 1825 en gesitueerd aan de Lange Pijp; op dit plein staat tegenwoordig het Paard – waar we allemaal wel eens op hebben gezeten. Er was gelegenheid om onder het genot van een drankje en pijp met kwaliteitstabak het wereldnieuws door te nemen in de kranten of een kaartspelletje te spelen met andere goedgeklede mannen. Vrouwen waren er niet welkom en het lidmaatschap was duur, dus je hoorde er niet zomaar bij.

Sociëteit Amicitia bracht daar wat verandering in. Op de hoek van de Wirdumerdijk en de Nieuweweg verrees in 1840 een statig gebouw. Hier was men ruimdenkender en werden ook de vrouwen van sociëteitsleden met open armen ontvangen. In verschillende zalen genoten ze van concerten, toneelvoorstellingen en werd er volop gedanst. Tijdens de jaarlijkse kermis en feestdagen werden de deuren geopend voor iedereen en kon de armlastige Leeuwarder ook genieten van wat elitair vermaak.

Schermafbeelding (111)

Oude Harmoniegebouw, 1904

De oprichting van Sociëteit De Harmonie in 1874 betekende na een aantal jaar de doodsteek voor Amicitia. Het nieuwe gebouw was veel groter en kon beter voldoen aan de toenemende vraag onder de Leeuwarder bevolking. Theater, concerten en ander vertier dat voorheen alleen voor de rijkbedeelden bestemd was, werd steeds meer een vorm van volksvermaak. Uit het hele land kwamen gezelschappen naar De Harmonie om hun kunstje te laten zien. Hier begint de geschiedenis van een nieuwe vorm van uitgaan en ontspanning: het theater- en filmbezoek.