Van Theater naar Bioscoop

In Geschiedenis, Stadse Zaken by Lotte Knoppien

Door Lotte Knoppien
Bronnen: HCL, Fries Film Archief en ’t Kleine Krantsje

 

Oude Harmonie

Even een héle korte opfrisser: we waren gebleven bij de oprichting van Sociëteit De Harmonie. In 1849 bouwden de Leeuwarders aan de rand van het huidige stadscentrum een gebouw dat ruimte bood aan allerlei soorten van vermaak. Waar voorheen theater en concerten vooral bezocht werden door de rijken der Leeuwarder aarde, werd dit stukje cultuur door de jaren heen steeds toegankelijker voor alle rangen en standen.

De opening van het veel grotere Harmoniegebouw betekende tegelijkertijd de doodsteek voor de eerder opgerichte sociëteit Amicitia, destijds gevestigd op de hoek van de Wirdumerdijk en de Nieuweweg. De sociëteit moest sluiten en het gebouw werd vanaf 1902 als hotel uitgebaat. Sociëteit De Harmonie bestaat nu nog in de vorm van de Stadsschouwburg met dezelfde naam. Het prachtige pand dat in 1881 gebouwd werd en was voorzien van een praat-, biljart-, rook- en concertzaal is in 1995 vervangen door nieuwbouw. Tijdens de sloop en nieuwbouw deed het toenmalig Zalen Schaaf een paar jaar dienst als Schouwburg.

Zalen Schaaf heeft onder meerdere generaties bekend gestaan onder allerlei namen: Zaal van der Wielen, Zalen Schaaf, Muziekcentrum Schaaf en tegenwoordig City Theater Schaaf. Het begint allemaal in 1797 op de huidige plek in de Breedstraat. Hier verbouwde stadsarchitect Gerrit van der Wielen een katholieke kerk. Bood het eerst nog ruimte aan – alweer – de mensen met wat geld, later bouwde hij er ook een concertzaal bij. Deze plek werd door de jaren heen een begrip in de stad. Er werd door alle lagen van de bevolking gedanst, gezongen, toneelgespeeld en kunst tentoongesteld.

De kinematograaf van Christaan Slieker

Christiaan Slieker

Innovaties zijn van alle tijden. Ook de Leeuwarder theater- en concertzalen kregen te maken met nieuwe snufjes en vooruitstrevende concurrenten. De eerste bioscoopexploitant van Nederland, Christiaan Slieker, kwam namelijk uit onze stad. Als telg uit een familie van kermismensen en marskramers reisde hij het hele land door. Eerst met een veel te dik meisje van een jaar oud, later met zijn ‘kinematograaf’; een filmprojector. In 1896 konden de Leeuwarders op de kermis en in de schouwburgen kennismaken met dit magische apparaat en zich verbazen over de bewegende beelden. Een verslaggever van de Leeuwarder Courant (de oudste krant van Nederland) schreef er destijds het volgende over:

“Rijtuigen, omnibussenequipages, ‘elegante’ voetgangers en menschen uit het volk, alles schijnt te leven, zelfs de rook die een voorbijganger, nadat hij de cigarette uit den mond heeft genomen, uitblaast, ziet men opstijgen. Wie het heeft gezien, staat er ‘versteld’ van.”

Affiche Friso

De belangstelling was enorm en de ontwikkelingen op het gebied van film gingen snel. Terwijl Slieker het land doortrok werd een oude Rooms-Katholieke kerk aan de Nieuwestad verbouwd tot eerste Leeuwarder Bioscoop: Friso. Waar we het nu moeten doen met slechts een film en een handje popcorn in de pauze, werd de vroegere bioscoopbezoeker getrakteerd op een live orkest en vermaak van jongleurs of goochelaars. De stomme beelden werden ter plekke door een explicateur voorzien van commentaar.  Ook de eerste Leeuwarder bioscoop had er eentje in dienst: meneer Visser. ’t Kleine Krantsje omschreef hem als een man die er droevig uitzag, maar hij scheen wel grappig te zijn. Dat zou moeten blijken uit de volgende beschrijving:

“Op het doek zag men een deftige dame in haar boudoir zitten en is bezig met haar breiwerkje. De explicateur vertelde bij de vertoonde beelden: “De jaloerse echtgenoot stormt binnen. Hij wijst beschuldigend naar de tafel en brult tegen de geschrokken vrouw: ‘Twee kopjes thee? Dat is geen zuivere koffie!”

De huidige bioscoop Tivoli staat op dezelfde plek als waar Friso eerder begon. En op het Wilhelminaplein – de plek waar Christiaan Slieker de Leeuwarder meer dan een eeuw geleden wist te verbazen, staat een gloednieuw filmhuis dat zijn naam draagt. Slieker zelf eindigde  als rondzwervende marskramer met een kruiwagen met potten en pannen.