Fysiek wonder

In Column by Elke Verwoerd

Door Elke Verwoerd

Wonderen zitten in kleine dingen. Zoals wakker worden zonder kater en met drie uur slaap alsnog in de sportschool staan. Het is, echt waar, hoe ik weer in de sportschool ben beland: een wonder. Voor mijn eigen geluk hoefde ik eigenlijk alleen maar in de sportschool te staan en had ik weer naar huis gemogen: de prestatie – zeker in die ‘conditie’ – vond ik al prachtig. Sindsdien sta ik echter twee à drie keer in de week te zweten.

Het blijft toch altijd weer een belevenis, die sportschool. Ik ga dan ook naar de meest troosteloze der sportscholen: de Fit for Free op het Cambuurplein, want waarom zou je het jezelf nog aangenamer maken? Maar goed, deze sportschool is wel lekker anoniem. Zelden kom ik er bekenden tegen. Ook fijn, want ik zie er nooit uit en ik zweet als een onderaardse druipsteen. Sporten in de sportschool is nu niet je-van-het. Ren je honderd meter, staan mensen juichend aan de zijlijn. Maar niemand staat te springen wanneer je twaalf keer twintig kilo huft en al een bek hebt als een doorgebakken biefstuk. Niemand joelt wanneer je kapot gaat op een stepapparaat. Terwijl ik me machtig voel op dat stomme ding. Ja, ik voel me supersportief.

fitforfree

[Foto: Fitforfree]

Dat sportief voelen verbleekt nagenoeg direct wanneer je naar de Olympische Spelen kijkt. Vol bewondering kijk ik naar de toegewijde sporters. De tranen van De Geus die net naast de medailles grijpt bij het windsurfen, het fantastische spel van Polman met handbal of, potdikkie, de ongelooflijke controle over het lijf van – in Leeuwarden geboren – Sanne Wevers, die gisteren als eerste Nederlandse turnster goud won op de balk. De prestaties zijn ongekend, minstens zo mooi zijn de emoties. De spanning doet me op het puntje van m’n stoel zitten. Ik huil zachtjes mee van geluk bij de winst van Simone Manuel op de honderd meter vrije slag.

Als ik dan de commentator hoor zeggen dat Reindert Nummerdor van het Nederlandse volleybalteam met z’n 38 jaar niet meer in optimale topvorm is, dan ween ik een beetje. Z’n conditie is minstens honderd keer beter dan de mijne.

Ik zal nooit weten hoe een Olympische sporter in z’n of haar lijf zit, hoe het voelt om zo on top of your game te zijn. Er wordt dan ook veel voor opgeofferd. Ik vind het een kunst wanneer je je lijf zo weet in te benutten. Kom ik aan op een stepapparaat.

Het menselijk lichaam is wonderlijk, daar mogen we af en toe best bij stil staan. Dat zit in kleine dingen. De ene voet voor de ander, je reflectievermogen, het helen van een wond, alle automatische bewegingen waar je eigenlijk niet over nadenkt. Om te koesteren.

Vanavond om half negen is onze Epke Zonderland aan de beurt met de rekstok. Met operaties aan chronisch ontstoken holtes, een hersenschudding en een blessure aan z’n vingers achter de rug, wordt het erg spannend.

Epke

Sport. Kunst. Optima forma. Vanavond zit ik aan m’n televisie gekluisterd en krijg een zuchtje mee van de inspanning. Epke, waar je een knuffel van wil, maar toch een beetje bang bent dat ‘ie je per ongeluk wurgt, die biceps heeft waar m’n hoofd in zou passen, gaat hij geschiedenis schrijven vanavond? Ik hoop het.