Lekker lezen: “Fictie”

In Kort verhaal, Lekker lezen by Nena van Driel

Nena van Driel schrijft iedere maand een verhaal. De oud-Leeuwardense kan haar geliefde stad nooit helemaal verlaten en schrijft daarom over vriendschap, liefde, ouders, heden en verleden met Leeuwarden als thuisbasis.

Door Nena van Driel

Tijdens mijn wandeling langs het station gebeurt het weer. Het gevoel dat hij achter me loopt, wetende dat het niet kan. Demonstratief draai ik me om. Ha, weten wint. Dat gevoel ben ik spuugzat. Mijn benen brengen me als vanzelf naar het huis van twee bekenden. Ze doen de deur niet open. Dat is niet erg. Bij de koffiezaak aan de overkant drink ik een dubbele espresso. Ik bedenk me daar het een en ander. Bijvoorbeeld dat iemand mij laatst vertelde over indianen. Dat wíj met het verleden in ons rug en het gezicht naar de toekomst lopen. Maar die indianen, die doen dat heel anders. Zij lopen achterstevoren, met hun gezicht naar het verleden en hun rug naar de toekomst.

Misschien gaat het toch sneeuwen vandaag.

Ik bestel nog een espresso. Twee mevrouwtjes met korte grijze kapsels besluiten dat ik een buitenmeisje ben. Ik vind dat ik het wel eens met ze eens zou kunnen zijn. Dat ik rook vinden ze dan weer een teleurstelling. Helemaal mee eens.

‘Waarom is-ie er niet meer?’ Vroeg niet zomaar iemand me pasgeleden.
’Ik weet het niet’. Alle gedachtes die daarop volgen overstem ik met weggaan.

Ik loop terug naar het huis van de twee bekenden en de deur gaat open. Ik ren de trap op en tref hen in de keuken. Ze zitten aan de grote tafel. ‘Dag vrienden’, roep ik terwijl ik los probeer te komen van alle bagage, verstikkende sjaals en lagen kleding. We lullen wat, ontbijten en ik drink te veel koffie.

We kraken ons hersenen over een moord.

Een man komt uit de kroeg gerold. Hij klautert overeind, zijn benen beginnen te lopen. De man heeft geen idee waar die benen hem naartoe brengen. Na een flinke tocht door de stad komt hij tot stilstand voor een huis, bij de put. De man grijpt een sleutelbos uit zijn zak, draait de sleutel in het slot en rent de trappen op. Hij herkent deze plek en valt het appartement binnen, staat op en klopt zijn vuile jas af. Een grote witte ruimte met hoge ramen. Uitzicht op een weiland, midden in de stad. In de kamer staat een grote tafel overladen met rotzooi, maar een geregisseerde rotzooi. Aan de tafel zit een lijk. Hij probeert zich te bedenken hoe hij hier toch gekomen is. Dan spuugt hij op de grond, bijna vergetend dat hij hartstikke zat is.

Ik kijk op naar de gevels aan de overkant van de straat. Een groep duiven besluit tegelijk te veranderen van locatie. Heel zachtjes dwarrelt er sneeuw langs de ramen. Ik zit in de trein. Ik zit aan de keukentafel. Ik zit. Ik had mij toch bedacht dat alles hier gemakkelijker zou gaan. Ik besluit de Nieuwstad. Daar loop ik. Mijn adem blaas ik met getuite lippen uit. De brug over, hoofd in m’n nek. De bovenkant van de winkelpanden lijken me iets te willen vertellen over hoe het ooit was. Een groep duiven heeft zich verzameld op een gevel. Ik heb gisteravond iemand vermoord. Was hij het? Ik besluit dit feit te negeren en mijn dagelijkse bezigheden te hervatten.

Op de hoek drink ik een dubbele espresso in de kou, maar dat vind ik niet erg. Er zit een lijk aan mijn keukentafel. Zijn hoofd leunend op het tafelblad. Tegenover het lijk drink ik te veel koffie. Dan zal toch nu de paniek zo langzamerhand wel komen? Maar het stelt me eigenlijk wel gerust: de dood aan mijn keukentafel. Ik weet dat ik het vermoord heb, want dat had ik toch gezegd. Maar wie is deze persoon? Heel erg ver in een achterkamer van mijn geheugen gaat er een belletje klinken, maar het lijkt alsof zijn sporen zijn uitgewist. Het is een man met bruine haren. Een blauwe wollen trui aan en precíes dezelfde kleur broek. Nette schoenen met beschadigde punten. Die punten lijken een spoor te hebben achter gelaten richting de trap.

De bekende steekt een sigaret op en plant hem vervolgens tussen mijn lippen. We staan voor het raam en de verwarming onder ons slaat aan. Een groep duiven besluit van locatie te veranderen, het lijkt erop dat ze nog niet weten welke. Toch maar terug. Heel zachtjes dwarrelt er sneeuw voor de ramen langs.