Een maand niet roken en drinken. En dan?

In Column by Elke Verwoerd

In maart stopte Elke een maand met drinken en roken. Haar eerste column daarover vind je hierrrr.

Er is een aantal dingen waar ik een akelige hekel aan heb. Het zijn van die momenten waarbij je ineen krimpt. In het Nederlands is er niet echt een woord voor… “Ulgh”, verzin ik net. Stating the unneccessary is zo’n ulgh-ding. Zo’n opmerking als “komkommer is zo lekker, hè.” …Nou, dit belooft een goed gesprek. Of een onbekende die je probeert te doorgronden en er vet naast zit. “Je bent wel een *vul in*, hè?” Denk vooral wat u wilt, meneer. Of iemand die zegt dat je iets móet.

“Dan moet je er wel een vervolg op schrijven, dat je met alles weer begonnen bent”, zei de zogenaamde anti-moraalridder vriend B. ULGH. Hij zei het plagerig, maar met zo’n ondertoon die je geweten doet jeuken.

Ik zag mezelf ’s ochtends vroeg aan de koffietafel en gaf hem een goede mep met de weekendkrant. “Túúrlijk niet”, wilde ik zeggen. “Wie zit daar nu in vredesnaam op te wachten??”

Maar ik stond op die hele vroege ochtend nog in de ruigste kroeg van de Grote Hoogstraat. In plaats van een krantenmep trok ik de grimas waar het beteuterde hoofd van Kermit de Kikker op is geïnspireerd. “Mag ik hier nooit meer komen?”, wendde ik me tot de barman. De barman lachte en schonk me nog een shotje. Fuck it, dacht ik.

Na een maand niet drinken en roken gaf ik er het eerste weekend compleet de brui aan. Ik had alweer een sigaret opgestoken en voor ik het wist was het vijf uur ‘s ochtends. Alsof ik een maand lang een bal onder water hebben zitten duwen die vervolgens omhoog schoot met heel veel confetti en glitters. Maar het aambeeld zag ik niet naar beneden keilen. Neen, lieve mensen, ik heb het niet over de hoofdpijnkater. Ik heb het over het daze gevoel de volgende dag wanneer je met een zonnebril op vermoeid in de zon zit en denkt: what the-… Ik heb het over de gêne, de dronken appjes, over wakker worden naast iemand en denken: ALWEER!?

Wederom volgde een moment van contemplatie. Wat heb ik afgelopen maand nu verkeerd gedaan? Had ik niet een les moeten leren? Me in control moeten voelen nu? Ik had verwacht dat ik er bescheidener uit zou komen, zinnige beslissingen zou nemen, zoals op het hoogtepunt vertrekken, ofzo. Toen besefte ik dat ik eigenlijk altijd in control ben. Weinig ruimte blijft er over voor ontspanning met eeuwige gedachtestromen, zelfkritiek, het continu observeren van mensen om me heen, veel werken. En ik weet mezelf altijd de dag erna met de weekendkrant te meppen wanneer ik die controle even los heb gelaten, hoewel die behoefte er duidelijk is. Even niet nadenken, geen zorgen, geen kritisch zelfbewustzijn. Maar naast de euforie, het genieten en in het moment zijn borrelen ook ongemerkt de impulsen, frustraties en verlangens op.

Ik denk aan de irritante opmerkingen van vriend B. Weinigen die me zo op m’n plek weten te zetten. Ik denk aan de stomme app die ik verstuurde. Het leek alsof het hart op m’n tong maar bleef bloeden. Jezus Verwoerd, wat openhartig, toe even. Ulgh. Schaamte. Krantenmep. Wis gesprek, wis nummer, nooit gebeurd. Fuck it.

Ben ik nú dan niet te openhartig…? Ik durf m’n hand ervoor in het vuur te steken dat ik niet de enige ben die zichzelf soms onnodig harde restricties oplegt. Dingen die je niet mag zien of voelen van jezelf. Zaken waarvan je vindt dat die je koud moeten laten, maar die je stiekem wel wat doen. In plaats van het hart op de tong wordt het een ontoegankelijke, laconieke houding.

Één nietszeggende opmerking van B. en ik besefte: ik ben een fokking mrs. Bucket. Verdomme. ULGH. M’n naam kan net zo goed een afkorting zijn van Elizabeth Katharina als toef op de schijnvertoning.

Het nare aan deze terughoudendheid en restricties is ten eerste dat je nooit echt goed begrepen wordt. Men trekt conclusies over je die niet direct de juiste zijn. Ten tweede dat ik het maar al te snel herken in anderen. Ik zou dan zo graag willen zeggen: “Het is ok. Ik snap je.” Maar de herkenning is niet automatisch wederzijds, laat staan het begrip. Het cynische masker is één van de hardste om te kraken, weet ik. Best left undisturbed. Het zit er immers niet voor niks.

Nu, ik ga in hoofdzaak uit voor m’n lol, laat wel wezen. Het gaat echter zelden normaal in de weekenden. Een drankje erbij zie ik als ontspanning, maar als het zo excessief gaat, welke spanning ga ik dan uit de weg..? En dan komt het toch weer terug op Epicurus: hedonisme mag, maar laat niet na inzicht te verkrijgen in je werkelijke behoeften. We hebben ons allemaal wel eens te goed gedaan aan een glas teveel omdat zaken je teveel werden. Iedereen voelt zich wel eens eenzaam. Het verbloemen maakt het echter nog eenzamer en dan dreigt het een vicieuze cirkel te worden.

Nou, jongens, ik kan wel bluesschrijver worden. Ik schrijf dit, omdat ik denk dat we er wel wat relaxter over mogen doen in plaats van je ervoor schamen of een masker op te zetten. Niet dat het nu in één keer zwaar emotionele toestanden moeten worden in de kroeg, ofzo. Neen, dat is ulgh. Maar thuis, ’s avonds, misschien met een goede wijn, in goed gezelschap.

ELKE VERWOERD