Een kerstverhaal dat je niet wilt lezen

In Column by Raymond MullerLeave a Comment

De kerstboom staat. Op mijn schoorsteenmantel staat een verdorde roos in een glaasje. Ik wil daar graag iets over vertellen. Mocht je het te lang vinden – dit stuk telt 1002 woorden – dan heb ik het oninteressant geschreven, of had de jongen, die in dit stuk ‘Horizon’ genoemd wil worden, misschien toch gelijk.

Het begon zo. Afgelopen jaar regisseerde ik een project met Nederlandse en gevluchte (voornamelijk) Syrische jongeren, tieners. Horizon was één van die voor oorlog gevluchte jongens. Ik vroeg mij af of ik hem misschien al eens had gezien, op televisie langs een hek bij een illegale grensovertocht. Of was hij één van de jongens geweest op zo’n rubberboot in het journaal? Of had hij in een met vuurwerk bekogeld AZC gezeten? Voor mij was hij een nobody. Net als ieder ander die je voor het eerst ontmoet, ongeacht afkomst.

Horizon bleek schrijver. Poëet. Leerde de Nederlandse taal zo snel, dat hij schreef met een virtuositeit waar ik blij-jaloers van werd. Naast zijn eigen schrijven opende zijn levensverhaal als een wervelende debuutroman, zo een die je direct bij de lurven grijpt. Angstaanjagend, vol verdriet maar gedragen door hoop. Alle clichébeelden van televisie bleken ook zíjn verhaal. Een tocht omgeven door zwelgende golven, wildvreemde mannen, jagende politie, achterdocht en spugende locals. Zijn reis eindigt dan in alle eenzaamheid op een bankje op Centraal Station Groningen. Tussen de mensen en tranen door, zoekend naar ook maar íemand die Arabisch spreekt.

Maar ondanks dat de nu al vuistdikke pageturner van zijn leven nog maar op krap twintig hoofdstukken zit, raakt het in verval. Hij vertelt het me in de auto, als ik hem na de voorstelling naar zijn werk breng. Hij is verontrust, boos. Zijn ‘bladzijden’ laten los, hij verliest grip. Zijn tijdelijke verblijfsvergunning loopt af en daarom ondervraagt de IND hem nu maanden lang, twee volle dagen per week. De vraag is of hij inmiddels terug kan naar zijn land van herkomst. Daarom willen ze alles, opnieuw, tot in het kleinste detail weten. Alles wordt op de weegschaal gelegd. Want; misschien is alles een leugen en radicaliseert hij.

“Ik wil eindelijk een mens zijn.”

Horizon zegt dat hij tijdens de verhoren al niet meer huilt als hij moet vertellen over de laatste inademing van zijn zusje. Hij houdt zich sterk. Ook als het om zijn vrienden gaat die op school waren toen het gebouwd gebombardeerd werd terwijl hij zich had verslapen. Horizon huilt ook niet meer om zijn beste vriend die in tweeën gesneden werd door brokstukken. En ook niet meer omdat hij alleen liep, alleen voer, alleen sliep en dat mensen zoals ik zich afvragen waar zijn ouders eigenlijk zijn. Hij huilt ook niet meer om verhoren waarin gevraagd wordt; ‘Hoe lang was het fietsen naar je school?’ ‘Wij gingen altijd lopend.’ ‘Hoe lang is het fíétsen naar je school?’ ‘Ik denk.. tien minuten..?’ ‘Wat zag je als je uit je slaapkamerraam keek?’ ‘De straat.. bomen..’ ‘Wat voor bomen?’ ‘Eeh..’ ‘Je hebt vorige keer niet gezegd dat Raymond Muller ook meewerkt aan het project.’ ‘Dan ben ik dat vergeten te zeggen, sorry.’ ‘Vergeten, of lieg je tegen ons?’ Net zo min dat hij niet meer huilt om de altijd gereed staande koffers in het AZC. Dertien verhuizingen binnen Nederland, van AZC naar AZC. Acht personen op een kamer.

Zijn vlucht viel precies in zijn examenjaar, het jaar dat hij ook nachtelijk opbleef om een liefdesroman te schrijven. Hij was zo moe geworden dat hij zich uiteindelijk versliep.

Horizon zit nu weer in zijn examenjaar. In de afgelopen jaren volgde de NPO hem. Hij sprak voor de koning. Hij speelde in onze voorstelling. Bij de supermarkt waar hij werkt en waar ik hem afzet, heeft hij net promotie gemaakt tot afdelingschef.

“Mensen zijn te druk met zichzelf. En dat is ook niet erg.”

Maar hij is niet moe vanwege dat, vanwege alles waar hij zich voor heeft ingezet of door alle in Nederland behaalde diploma’s die hij de IND liet zien waardoor hij alleen maar meer vragen kreeg. Hij is moe omdat hij denkt dat vertellen geen zin meer heeft. De bevlogen jongen is plots vijftig jaar ouder geworden.

‘Niemand wil nog naar ons verhaal luisteren. Mensen zijn immuun geworden voor oorlogsvertellingen. Het is net als de tweede wereldoorlog: telkens de vraag of het nog nut heeft om te herdenken. En: “och, komt er weer zo’n verhaal over Joden die op de vlucht moesten.”

Mensen zijn te druk met zichzelf, en dat is ook niet erg want ze kunnen mij toch niet begrijpen. Want je begrijpt iets pas als je het voelt. Net als verliefdheid, of dat ik kan proberen in duizendentwee woorden uit te leggen hoe het is om te vluchten en waarom ik bang ben dat mensen immuun worden, maar je zult het pas begrijpen als je het meemaakt, als je het voelt. En ik ben blij voor de mensen die het niet hoeven te voelen.

Het heeft geen zin meer. Ik ben hier kansloos. Ik schrijf niet meer, schrijven is roeien met één hand. Ik wil niet eens meer een Nederlander zijn, ik wil eindelijk een mens zijn.’

Ik schrik van de somberheid. Hij is geen schim meer van de eens zo bevlogen jongeman die prachtige, heftige en eerlijke verhalen vertelde. Deze dagen, waar ik met mijn geliefden kerst vier, denk ik af en toe even aan de eenlingen die in samengestelde gezinnen zich zorgen maken over verhoren. Staat hen een nieuwe reis te wachten? Zo niet, dan staat ze hier in Nederland wel een metaforische reis te wachten, samen met ons.

Hij stapt uit bij de supermarkt en geeft zijn roos (die hij kreeg in het theater) aan mij. Ik weiger, ‘jij hebt hem gekregen, zet hem op een mooi plekje.’

Maar hij staat er op, duwt de roos door het portier van de auto, ‘jij krijgt hem van mij. Ik wil dat je hem aanneemt. Want je hebt geprobeerd het te voelen. Je hebt mij een kans gegeven.’

Ps. Mocht de IND meelezen: als ik iets heb opgeschreven wat niet strookt met het verhaal dat Horizon jullie vertelt, dan zal ik wel niet goed geluisterd hebben.

RAYMOND MULLER