“De Vinger”

In Kroegverhalen, Stadse Zaken by Zander Lamme

Door Zander Lamme

Satte en Lola leunden tegen het aanrecht. Al anderhalf uur probeerden ze de groep ervan te overtuigen dat ze nu echt naar een bar moesten gaan. Huisfeesten hadden altijd maar een beperkte houdbaarheid. Een uur, anderhalf uur, dan was iedereen stomdronken of het werd een gezapige bedoening. Dit feestje was duidelijk één van de eerste categorie. In de ene hoek stond een bramenstruik te dansen, in de andere hoek stond Cornelis met een stofzuigerslang tegen zijn gulp. Een paar jongens eromheen lachten zich een ongeluk. Olivier bediende de muziek. Hij deed dat in zo een hoog tempo dat ieder liedje, nog voor het refrein kwam, werd vervangen door een nieuwe. Mensen die een nummertje kwamen aanvragen, kregen steevast van hem te horen: ,,Of deze?!’’, waarna hij zijn eigen suggestie opzette.
,,Olivier’’, riep Satte. ,,Zet die muziek uit, dan kunnen we eindelijk naar een bar.’’
,,Ja, zometeen, zometeen. Nog eentje, oké?’’ Satte zuchtte en liep naar de koelkast. Terwijl hij in de koelkast keek en daar alleen een verdwaalde brandblusser aantrof, stopte plotseling de muziek. Hij keek op en zag dat iemand een fles wijn over de installatie had gegooid. ,,Sorry’’, klonk een nogal lompe verontschuldiging. ,,Dat was de laatste fles.’’
Binnen tien minuten was bijna iedereen vertrokken. Alleen Satte’s goede vriendin Lola en Adriaan waren nog aanwezig. Adriaan haalde een halve fles tequila en een citroen uit zijn binnenzak. ,,Ik snijd nog even een paar schijfjes citroen.’’ Hij pakte een mes en begon te hakken. ,,Auw, verdomme, m’n vinger.’’
Als een onnozele sprong Adriaan door de ruimte. ,,M’n vinger is eraf!’’ Satte keek naar de middelvinger. Inderdaad leek een stukje van de vinger te zijn verdwenen. ,,Niet zo heen en weer slaan met je arm. Volgens mij zit hij er nog een klein beetje aan vast.’’
Satte pakte de fles tequila af en zette hem aan Adriaans mond. ,,Drinken, vriend. En Lola, bel jij een taxi?’’

,,Waarom verkopen ze hier geen drank’’, vroeg Lola, terwijl ze met Satte al anderhalf uur in de wachtkamer van de eerste hulp zat.
,,Geen idee.’’
,,Ik ben hier nu al voor de tiende keer op een eerste hulp voor iemand anders z’n problemen.’’
,,Voor mij is het ook niet meer op een hand te tellen, zelfs niet met vijf vingers. En iedere keer verbaast het me weer dat het hier altijd zo ongezellig is.’’
De deuren van de eerste hulp gingen open en een paar ambulancebroeders reden een zwaargewonde man naar binnen. Bij zijn mond zat een beetje kwijl en zijn kleding was doordrenkt met bloed. Bij zijn voeteneinde op de brancard stak een fles rode wijn uit een handtas.
,,Check die gast’’, zei Satte. ,,Wat een mazzelaar.’’
,,Ja, wat een lul. Laten we anders gewoon gaan.’’
Satte keek op zijn horloge. ,,Maar het is te laat om nog een kroeg in te komen.’’
,,Dan gaan we toch nog even langs een nachtwinkel voor wat biertjes.’’
,,We kunnen Adriaan niet alleen laten.’’
,,Ik stuur hem wel een bericht.’’
Lola pakte haar telefoon en maakte een foto van haar middelvinger. Ze stuurde de foto met de tekst: Succes daar. Wij gaan alvast. Niet vol te houden hier.

Even later liepen Satte en Lola de avondwinkel uit. Om de hoek zat Olivier op een houten stoeltje met z’n linkerhand in z’n broek. Hij kon niet meer rechtop zitten en zijn ogen keken beide naar een andere kant. Zijn rechterhand greep naar de bil van een van de vijf meisjes om hem heen. Vanuit zijn telefoon op zijn knie klonk een hiphopnummer. ,,Zet anders even Beyoncé op’’, vroeg het meisje met de hand op haar kont.
,,Of deze’’, murmelde Olivier. Hij pakte zijn telefoon van z’n knie en liet hem op de grond vallen. De muziek stopte. Satte: ,,Laten we gaan.’’