Confessions of a 30-jarige millennial

In Column by Elke Verwoerd

Millennials. Generation Y. Yuppers. Het zijn mensen geboren tussen 1980 en 2000. De negatieve kenmerken van deze generatie zijn: lui, narcistisch, egocentrisch, eigenwijs en verwend. Enigszins positieve kenmerken: flexibel, brede kijk op de wereld, idealistisch, welbespraakt en technologisch onderlegd.

Nu vind ik “millennials” in hoofdzaak een term waar marketing mee kan opscheppen. “We richten ons op de millennial.” Ja, want iemand geboren in 1980 kan je natuurlijk makkelijk over één kam scheren met iemand die geboren is in 1995. Ik sta af en toe versteld van de hipheid van m’n vijftien jaar jongere generatiegenoten met hun youtube-kanalen en duizenden volgers op Instagram. Ik was op die leeftijd een schijtlelijke puber. In de klas maakten we ruzie of Jamai of Jim Idols moest winnen. Ik bedoel maar.

Hiernaast ben ik dit jaar 30 geworden, wat ik nog steeds een aardig bittere pil vind. Of, zoals vriend J. me alleraardigst vertelde: “Je bent te oud om het nog te maken, te jong om de wijsheid in pacht te hebben.”

Bij dezen dus een aantal bekentenissen van een 30-jarige ‘millennial’.

1. Ik heb eigenlijk een grafhekel aan sociale media

Ik vergeet bijna altijd foto’s te maken van ‘memorabele’ momenten. In m’n huis wordt geleefd, dus het ziet er nooit echt heel stylisch uit. M’n eten is al op voordat ik er een foto van maak. Soms heb ik het gevoel alsof ik wat ‘moet’ plaatsen, want straks denkt men dat ik niet meer besta. Tegelijk word ik me bewust van m’n dodelijksaaie leven waarbij ik het gros van m’n tijd doorbreng achter een laptop aan de keukentafel. Als ik al wel wat mee maak, vergeet ik het weer vast te leggen. Hiernaast voel ik me opgelaten om voorbijgangers te vragen een foto van me te maken, wat ik ergens ook weer volslagen belachelijk vind. Dat zie je dan helaas ook terug op de foto. En dan word ik me er ook weer pijnlijk van gewaar dat ik het vooral van m’n karakter moet hebben.

2. Ik overconsumeer, omdat ik me anders een dikke loser voel

Luister, ik ben een gezelschapsdier dat leeft in een welvaartshabitat. Het is echt best wel moeilijk je daar tegen af te zetten en nog enigszins sociaal geaccepteerd te worden. Ik heb zes zonnebrillen, omdat ik er altijd wel weer eentje kwijtraak. Ik koop schoenen bij de H&M zonder erbij na te denken. Shame shame shame.

3. Ik luister naar Gorillaz, Radiohead, Brahms, Jacques Brel, The Smiths, The Beatles, Nina Simone, The Stones,  Chet Baker, Pink Floyd en…. One Direction.

“Baby, you light up my world like nobody else”. Ik ken zowaar alle teksten uit m’n hoofd.

4. Ik vind het cool dat professioneel en persoonlijk steeds meer door elkaar lopen…

Tegelijk vind ik het stom dat er nu op de man gespeeld wordt en niet meer op de professie. Je moet vet likeable zijn of een uitzonderlijk talent hebben en in beide toon ik vet uitzonderlijke gebreken.

5. Netwerken vind ik een drama

Hét ding natuurlijk: netwerken. Al noemt men het tegenwoordig: “borrelen” of “corporate mingling”, ofzo. Ik kan het niet. Op menig netwerkevent sta ik heel alleen kerstfeest te vieren. Hiernaast, als simpele schrijfster, kan ik het bijzonder ongemakkelijk vinden om tegenover iemand te staan die bijvoorbeeld onderzoek doet naar de ecologie, interactie en het voortplantingsgedrag van …koraal. Dat moment dat al m’n antennes afgaan in m’n hoofd: “wat weet ik hierover…?” Niks. Shutdown.

6. Ik huil nergens meer om, behalve om m’n eigen nietige bestaan, break-ups en Disney-films

Aanslag hier, aanslag daar, hongersnood hier, uitsterving daar, overstroming hier, verdronken vluchtelingen daar. Er is heel, héél veel ellende in de wereld. Zoveel, dat ik het in m’n hoofd niet meer kan bolwerken. Geloof me, ik heb tranen gelaten bij Nice, bij Manchester, maar bij Charlottesville en Barcelona heb ik weg geklikt. Uit zelfbescherming. Hiernaast gebeurt er nog zoveel meer waar nauwelijks aandacht aan wordt besteed. De cocktail van verbijstering, verdriet en machteloosheid is niet één die ik dagelijks kan drinken. Niemand heeft er ten slotte wat aan als je een potje gaat zitten grienen, behalve de tissue fabrikant.

7. Ik geloof in een mooiere wereld, maar ik geloof ook dat de mensheid z’n eigen graf al heeft gegraven

“Beautiful people, you live in the same world as I do.” In mijn optiek leven we op een wereld met een oppervlakte van 510 miljoen vierkante meter, waarvan een grove driekwart bestaat uit water. De wereld is van niemand, behalve van de wereld. Wij mensen lenen haar, individueel zo grofweg een 80 jaar. Landsgrenzen zijn eigenlijk nietszeggende lijnen die duiden op de verdeel en heers filosofie, maar het nut is me niet altijd even duidelijk. Oja, economie, politiek en macht, wat de mensheid naar ongekende hoogtes stuwt en immens diepe dalen. En het geeft ons een reden om lekker nationalistisch te doen met voetbal.

We moeten het met z’n allen maar een beetje zien te rooien hier. Niet alleen wij mensen, maar ook met alle mogelijke flora en fauna die maken dat we hier überhaupt kunnen bestaan. Ik snap dus niet zo goed dat mensen die dreigen met een kernoorlog niet inzien dat dat een niet te onderschatten boemerangeffect heeft. Maar goed, ik ben ook niet heel slim.

8. Ik zou graag de grootste dingen willen doen om de wereld een betere plek te maken voor iedereen, tegelijk lach ik mezelf er keihard om uit

Ik snap geen reet van het omslachtige politieke spel. Ik vind ellebogenwerk irritant – want het knaagt aan je geweten -. Hoe meer je de waarheid probeert te onderzoeken, hoe meer je je realiseert dat die niet bestaat. Mensen zijn uiteindelijk niet bijster intelligent. En als ik al en public iets moet presenteren en zenuwachtig word, verander ik in een slapstick-achtig figuur met slechte grappen waar ik daarna nachten van wakker lig. Onbegonnen werk.

Hiernaast: hoe dan? Hoe leg je aan twee stammen die al eeuwenlang een fittie hebben uit dat het allemaal te relativeren is? Of moet er dan toch maar weer ergens lukraak een landsgrens getrokken worden, net als in Ierland of tussen India en Pakistan? Hoe leg je uit dat neoliberalisme inhoudt dat mensen slaaf worden van de marktwerking? Hoe leg je uit dat het kiesstelsel herzien moet worden, omdat ook hierin kapitaal en marketing maken dat democratie een lachertje wordt?

9. Ik denk na over de dood

Van die momenten dat je denkt: “als die bus nu in één keer linksaf slaat, vind ik het ook goed.” Ik zie het dan ook een beetje voor me in slowmotion met “je ne regrette rien” als soundtrack op de achtergrond. Dit moet ik natuurlijk weer nuanceren, voordat de goegemeente denkt dat ik in een zware depressie zit. Neen, ik heb altijd, zij het een irreëel en tikkeltje naïeve, hoop dat de volgende dag de zon wel weer schijnt. Zelfmoord plegen is ook geen kwestie van ‘lef’, het is de meest dieptrieste put waar iemand in kan belanden waar zelfs het licht zwart ziet. Bij zelfmoord is er van ‘lef’ of ‘moed’ geen enkele sprake. Moedig is eenieder die iedere godganse dag de ene voet voor de andere zet en nog een lach op z’n gezicht weet te krijgen, zelfs in de wetenschap van alle misère. Tegen iedereen die zich af en toe verdorven en eenzaam voelt, zou ik willen zeggen: in je eenzaamheid ben je niet alleen.

Ik bedoel maar te zeggen: de wereld vandaag de dag is een beetje discutabel, niet? Het is een beste uitdaging enige zingeving en bestaansrecht te vinden, zonder daar weer radicaal in door te slaan. Ik zou ‘liefde’ best als uitgangspunt willen nemen, maar ik blijk dat ook weer erg lastig te vinden als iemand in een scootmobiel me de pas afsnijdt.

10. Ik geloof in activisme. En ook weer niet.

Waar het om protest gaat, moet dat tegenwoordig vooral gezellig zijn met een plens bier. Hiernaast heeft Nederland ook zo’n leuk gedoogbeleid: je moet het aankondigen, het mag maar uit een max aantal mensen bestaan, je mag het verkeer niet ontregelen, je mag geen rotzooi maken. Nou, sta je dan. Met je spandoek, pomponnetjes en vlaggetjes. Overtuigend. Wordt de regering héél bang van. Stap ik ook m’n bed niet voor uit.

Er is genoeg om tegen te protesteren, hoor. Werkgelegenheid, discriminatie, vluchtelingenbeleid, de bio-industrie, het milieubeleid, ik noem zo maar wat op. Maar het volstaat tegenwoordig om maar een online petitie’tje te ondertekenen. Solidariteit à 2017. Ik weet niet waar het aan ligt. Internet lijkt mensen enerzijds dichter bij elkaar te brengen, anderzijds steeds verder uit elkaar te drijven. Misschien staan we niet echt meer ergens voor of zijn er teveel dingen om voor te staan dat we het niet meer weten. Al zou ik nog best in een mars mee willen lopen met een bord voor m’n kop met de tekst: “Ik snap er geen fuck meer van.”

ELKE VERWOERD


Heb jij ook een aantal confessions als millennial? Of tips voor ús Elke? Laat het weten!