Ik ga op reis en neem mee…

In Column, Inspiratie by Redactie

Door Anne-Flore Muller

Vroeger, als wij weer eens in een auto volgeladen op de achterbank gepropt zaten richting Frankrijk, deden mijn ouders er alles aan om de reis zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen. Een grote voorraad drop binnen handbereik, cassettebandjes met onze favoriete liedjes (oh, de nostalgie!), en leesboeken in overvloed. Maar een ding was favoriet, en dat was het spelletje ‘ik ga op reis en neem mee…’: zoveel mogelijk voorwerpen onthouden die in je denkbeeldige koffer zitten.

Nu, jaren later, verkies ik het vliegtuig boven de auto voor verre vakanties, en heb ik het privilege om in de bijrijderstoel te mogen zitten. Ja, je lees het goed, niet achter hetstuur. Want deze dame heeft nog altijd haar rijbewijs niet bemachtigd. Shame on me. Maar dat terzijde.

Hoe luxe het ook voelt om niet meer tegen mijn twee zussen aangeplakt te hoeven zitten op een veel te kleine achterbank, soms dwalen mijn gedachten af naar de tijd dat mijn zusje nog witblond was en mijn grote zus nog vlechten droeg. En het was op zo’n moment van dagdromen, dat ik mij plots realiseerde dat ik van die ellenlange autoritten verdomd veel geleerd heb.

Want als er een ding is waar ik goed in ben, dan is het wel het inpakken der koffer. Het is een ware kunst. Daar waar ik vroeger al in de stress schoot bij het denken aan een beperkte garderobe voor een periode van meer dan twee dagen, ben ik nu de rust zelve en compleet zen tijdens het volgooien van mijn hutkoffer. Ik hoor je al denken, hoe dan?!

Don’t worry, ik ben de minste niet en zal de wijsheid die ik door de jaren heen vergaard heb met jullie delen. Laten we wel wezen; aan het eind van je vakantie op je koffer zitten in de hoop dat het monster dichtgaat is geen pretje. Al helemaal niet als je op het punt staat je vliegtuig te missen.

afbeelding tekst1

Goed, pak je notitieblok erbij. Ready for take-off?

  1. Maak van te voren al setjes kleding.
  2. Wees streng voor jezelf. Heb je écht zes verschillende bikini’s nodig?
  3. Mix and match! Hetzelfde bikinitopje met een ander bikinibroekje lijkt meteen een hele nieuwe. ’t Is net magie.
  4. Ga voor drie basiskleuren, met daarbij een fellere kleur. Zo kun je eindeloos blijven variëren, zonder je hele garderobe mee te sjouwen.
  5. Kies voor kledingstukken die je zowel overdag als op een zwoele avond dragen kunt. Een strandjurkje tover je zomaar om tot een volwaardige party dress, door een ander schoentje eronder te dragen en een rode lip in de strijd te gooien.
  6. Drie paar schoenen is genoeg. Of eigenlijk zelfs twee. Witte gympen, een paar goeie hakken en slippers. Snap je hem? Technically zijn teenslippers geen echte schoenen, ha!
  7. Kies de juiste travellook. En daarmee bedoel ik; laagjes! De jas die toch echt mee moet, de zware gympen, de extra blouse om je middel, je favoriete shirt aan en die grote schoudertas aan je arm. En in die tas kun je ook weer wat tanktops meesmokkelen…
  8. Mini verzorgingsproducten zijn je allerbeste vriend.
  9. Tijdschriften en boeken koop je pas ná de douane en prop je in je handbagage.
  10. Koop de allergrootste koffer die er bestaat.

Bij mij zijn de vakantiekriebels alweer in volle gang. Het is eigenlijk net zoiets als een schoolreisje vroeger. Als een klein kind ben ik de dagen aan het aftellen, en zoals vanouds ga ik weer naar Frankrijk. Ditmaal niet met de auto, en al helemaal niet met mijn ouders, maar alleen met mijn vriend. Hier spreekt een happy kid.