Aafke Romeijn > Alles Went

In Actueel, Gastblog by Gastschrijver

a_mg_4002Aafke Romeijn (30) is columnist voor Vrij Nederland waar ze over onder andere politiek en feminisme schrijft. Hiernaast schrijft ze over mode en lifestyle voor ELLE. Speciaal voor MNSKP kruipt ze achter haar toetsenbord en schrijft over het verdwijnen van sociale huurwoningen, nonchalante beleidsmakers en een tippelzone. Hipsters mogen ús stadsje maar opleuken en versieren, maar moeten uiteindelijk vanuit hun anti-kraak werkplek uitwijken voor de eengezinswoningen en ‘echte’  ondernemers en bedrijven. Alles went. 

Door Aafke Romeijn
Foto’s: Marc Deurloo

Als ik in mijn buurt loop, zie ik kinderen spelen op straat. Dat is mooi, zeker in een grote stad. Ik woon in een doodlopende straat in een appartementencomplex dat uitkijkt op een keurig aangelegd park. Het gras is altijd gemaaid, achtergebleven vuil van parkbezoekers wordt direct opgeruimd, nergens onkruid tussen de stoeptegels. Er is een speeltuintje voor de buurtkinderen en een parkeergarage die ervoor zorgt dat de auto’s van de bewoners niet wegroesten. In mijn complex worden alle deurmatten eens per jaar vervangen door de VVE. Het schilderwerk is vorige zomer gedaan, het dak pas vernieuwd, en op het prikbord in de hal hangt een uitnodiging om appels te komen plukken in de buurtmoestuin.

Hoe anders was dat tien jaar geleden, toen mijn appartement nog niet bestond, en de grond waar ik nu op woon nog onderdeel was van het park. De tippelzone aan het industrieterrein naast het park trok verslaafden aan. Prostituees en klanten schuifelden tot diep in de nacht door het park. De buurt was een no-go-area. Aan de andere kant van het park stonden flats uit de jaren zeventig, nu bewoond door gezinnen met veel kinderen. De portieken stonken naar urine.

Vijf jaar voordat ik hier kwam wonen, had ik een bijbaantje als postbode, precies in deze buurt. Elke dag bracht ik een tiental aangetekende brieven rond, waarvan een groot deel afkomstig van rechtbanken en het Centraal Justitieel Incassobureau. Als ik aanbelde, deed er vaak een moeder open die me geïrriteerd of juist wanhopig aankeek en vroeg: “Wat heeft mijn zoon nu weer uitgespookt?” In sommige straten mocht ik de post niet in mijn eentje rondbrengen. ‘Te veel incidenten’, zei mijn leidinggevende, en stuurde een collega mee.

Als ik nu door de buurt loop, zie ik verandering. De jaren-zeventig-woningen, met hun dichtbegroeide voortuintjes, afgebladderd verfwerk en fietswrakken voor de deur, worden blok voor blok gesloopt. Eerst trekken de bewoners één voor één weg, dan mogen studenten er tijdelijk wonen, vervolgens worden ook zij weggestuurd, komen er hoge hekken, en uiteindelijk bulldozers. Naast de slooplocaties wordt druk gebouwd. Ik ga met mijn dochtertje naar het consultatiebureau, gevestigd naast de bibliotheek in een splinternieuw gebouw vol koopappartementen van 2,5 ton en duurder. Onbetaalbaar voor de bewoners van sociale huurflats die hebben moeten uitwijken voor deze nieuwbouw. Ze zijn uitgewaaierd over andere wijken met iets nieuwere huurflats, en vinexdorpen net buiten de stad.

Het winkelcentrum in mijn wijk staat nog altijd leeg, op een Albert Heijn en een paar winkels met goedkope kleding na. Toch wordt er verbouwd. Als we de boel een beetje opknappen, komen de winkeliers vast terug, moet de gemeente gedacht hebben. Voorlopig is er nog niets van te zien. Achter vrijwel alle ramen prijken levensgrote posters met nep-winkelinterieurs, die een idee moeten geven van hoe het eruit zou kunnen zien.

Op het industrieterrein naast mijn huis ligt nog altijd de tippelzone. In een kantoorpand dat al tien jaar stond te verpieteren is nu een culturele broedplaats gevestigd. Ik huur er een studio, waar ik ongestoord kan werken. In het café beneden is goede koffie te krijgen. Ideaal. Als ik ’s avonds laat nog heb gewerkt en ik sta te klooien om het hek voor het kantoorpand op slot te krijgen, stopt er wel eens een auto met een opengedraaid raampje. Eén chagrijnige blik is genoeg om de bestuurder snel weer op te laten trekken.

Iets verderop, aan het water, worden paleizen gebouwd. Peperdure lofts waarvoor de tippelzone binnenkort moet wijken, als het aan de burgemeester ligt. De prostituees zullen, gestript van hun laatste legale werkplek, de illegaliteit in moeten. In het proces dat gentrificatie heet lijkt “opgeruimd staat netjes” het adagium. Het kan de beleidsmakers niet zoveel schelen waar verslaafden, daklozen, prostituees en andere sujetten die de prijs van het vastgoed mogelijk zouden kunnen drukken heen gaan. Als ze maar verdwijnen. Zelfs de lokale bewoners zijn ongewenst, als het gaat om families met lage inkomens van niet-westerse origine.

Een half jaar geleden schreef ik samen met Sef Alles Went, een nummer dat precies over deze dynamiek gaat. We schreven het in een studio op een terrein dat ooit een rommelig bedrijventerrein was, en waar nu studio’s en koffietentjes zitten. Alles Went is een schijnbaar luchtig nummer, over cappuccino met sojamelk en racefietsen aan de muur, maar ergens zing ik: “Kom je hier vandaan / dan mag je nu gaan / dit is voor iedereen / maar niet voor jou.” En dat is precies wat er wringt: wij zijn de hipsters die onze wijk mogen versieren. Maar wanneer dat gebeurd is, kunnen we oprotten: een loftpaleis kunnen we immers niet betalen. Zo blijven uiteindelijk alleen de super rich kids over, en waaieren wij samen met andere bewoners en ongewensten uit naar lelijke vinex elders.

 

 


Aafke treedt aanstaande zondag 23 oktober om 15:00u op in Het Bolwerk in Sneek. Speciaal voor onze volgers mogen we 2x twee tickets verloten! Like en deel hiervoor de post op Facebook met hashtag #alleswent en tag MNSKP hierin of tweet dit artikel met #alleswent @MNSKP058!