“Ik ben zo van plastic, dat ik mijn dode lichaam doneer aan Tupperware.”

In Column, Inspiratie by Wieke Wiersma

Door Wieke Wiersma

Ik zeg altijd maar: “Ik ben zo van plastic, dat ik mijn dode lichaam doneer aan Tupperware.”

Nou ja… Eigenlijk is dat een uitspraak van Joan Rivers… Maar ik zou willen dat ik het bedacht had. Joan Rivers overleed vorige week en dat is buitengewoon spijtig. Niet alleen omdat ze zeer grappig kon zijn maar ook omdat ik haar een soort stijlicoon vond: rumoerig, drankzuchtig,  behangen met diamanten, veel te zwaar opgemaakt en verborgen onder ladingen bont. Ik vind dat werkelijk prachtig. Nu kan dit uiteraard ook een beschrijving zijn van een exotische prostituee en daarmee ziet u maar weer hoe dun de lijn is tussen yay en nay.

In het geval van Joan Rivers was het verschil tussen haar en al te goedkoop allooi, dat zij een eigen juwelenlijn had (wie wil dat nou niet, want dat is minstens zo leuk als een eigen bonbonwinkel hebben waar je naar hartenlust kunt proeven) en ze droeg echt bont. Van echte beestjes. Het grote verschil tussen mij en Joan Rivers is dat ik geen juwelenlijn heb, want ik draag ook bont. Van echte beestjes. Vóór u nu met tomaten gaat gooien naar het beeldscherm: het was antiek bont. De beesten waren al heel lang dood. Het was een erfstuk van de dode oma van mijn exgenoot die op Ibiza woonde. Dus de jas heeft een hippie-goedkeuring van heb ik jou daar. En hippies, die waren toch behoorlijk groen. Natuurlijk heeft u gelijk wanneer u zegt dat er bloed kleeft aan een bontjas. Daar voel ik me ook bezwaard over. Net zo bezwaard als u zich voelt wanneer er weer een textielfabriek in Bangladesh instort. Ik sus mijn geweten met de gedachte dat het dragen van een nieuwe jas heel veel ecologische voetstappen kost in tegenstelling tot het recyclen van dit oude bontje… En dat een nerts volgens mij een rotbeest is. Ik hoef hem in ieder geval niet in mijn bed. Waarmee ik nu weer aan mijn exen moet denken, waar ik inderdaad ook best een gevild exemplaar van aan de kapstok wil hebben hangen. (Do you still hear the lambs screaming, Clarice?)

Maar goed. We dwalen af. Deze winter kom je niet meer om de bontjas heen. Hoewel het allang niet meer maatschappelijk geaccepteerd is om echt bont te laten zien op de catwalk, zijn er een paar hardnekkige, veelal Italiaanse, modehuizen die dat wel doen. Deels omdat ze dat al sinds hun oprichting maken, maar ook omdat het simpelweg verkoopt. Bont is nog altijd een gewild luxeproduct, waarbij men zelfs spreekt van een opleving in de verkoopcijfers. Ik word daar altijd wat verdrietig van (u hoeft dus echt geen afschuwelijke filmpjes van dieren naar mij op te sturen, ik ben allang overtuigd ). Er zijn namelijk hele mooie fake-fur alternatieven. Wanneer je echt zeker wilt weten dat je geen dierlijk vel draagt, kijk dan het label goed na. Ik heb verbazingwekkend veel vrouwen horen zeggen geen bont te dragen die dus mooi wel een konijn in hun nek hadden.hmprod

Bont dus. En omdat we een nineties revival hebben (ik ben inmiddels zo oud dat ik al heel wat revivals – ook in de originele vorm – heb mogen meemaken) is ook gekleurd bont nogal ‘hip’. Kortom, denk: rave, koekiemonster en knotjes op je hoofd en je ziet eruit alsof je rechtsreeks van de London Fashionweek komt. Wie wil dat nou niet? Overigens gewoon gezien bij de H&M; een oudroze fake-fur exemplaar voor nog geen 60 piek!  Het mooie van bont, liever mooi fake-fur is dat iedereen er zo prachtig winters en chique uitziet. Tenminste. Ik vind dat chique. Maar misschien moet ik er nu wel bij vermelden dat Pretty Woman mijn lievelingsfilm is.