De behouden Hollandse vrouw

In Actueel, Geschiedenis by Elke Verwoerd

Door Elke Verwoerd

Gister was het dan Internationale Vrouwendag. Ik vond het behoorlijk stil, met af en toe een artikel over dat vrouwen nog teveel part-time werken, of iets dergelijks. Een paar vrouwenverenigingen dat zich geroepen voelt en een aantal flauwe grappen van zowel mannen als vrouwen. Wat maakt toch die behoudendheid? Wanneer je de geschiedenis naslaat, denk je er wellicht anders over. Waar staan we nou eigenlijk bij stil op Internationale Vrouwendag?

Wat leidde tot de datum 8 maart?

Een paar van de eerste gedocumenteerde vrouwelijke protesten dateert vanaf 1820. Eerst steunden vrouwen hun mannen in het protest tegen erbarmelijke omstandigheden in de textielindustrie, maar al gauw kwamen zij erachter dat de nieuwe rechten niet op vrouwen werden toegespitst. Zo ontstonden er ook vrouwenbewegingen. Echter, bij hun protesten werd er door het volk lacherig op gereageerd en was het voornamelijk een groot amusement om die vrouwen te zien protesteren.

Één van de eerste kleinschalige protesten vond plaats in Massachusetts, VS bij de Lowell Cotton Mills. Vrouwen werkten 81 uur per week voor drie dollar, waren vaak slachtoffer van seksueel misbruik en verkrachtingen, met geen voet om op te staan, durfden zij hier al een aanklacht over in te dienen. Kinderen die werden geboren, al dan niet door verkrachting, werden al jong aan het werk gezet. Voor meisjes stond vaak hetzelfde lot als hun moeder te wachten. De fabrieken gingen normaal om zeven uur ’s ochtends open, maar mannen vonden dat vrouwen na hun ontbijt minder productief waren en verschoven de openingstijden naar vijf uur ’s ochtends, met een ontbijtpauze rond zeven uur. Toen er in 1834 gekort werd op de lonen van vrouwen, liepen de vrouwen van de Lowell Cotton Mills weg om vervolgens een paar dagen later toch terug te keren om te werken tegen het gekorte loon. Het was dapper, maar het bedrijf had de macht: een slechte referentie zou het gevolg zijn, waardoor verdere toegang tot te arbeidsmarkt onmogelijk werd gemaakt.

Op 8 maart 1858 vond een grootschaliger vrouwelijk protest plaats in New York tegen de erbarmelijke omstandigheden in de textielindustrie. Ze eisten een werkdag van 10 uur en gelijke rechten voor vrouwen. Dit protest werd door de politie gauw in de kiem gesmoord. Pas 50 jaar later, als een herdenking van deze eerste opstand, staakten zeker 15.000 vrouwen in New York nogmaals. Als leus gebruikten zij ‘Bread and Roses’, wat later, ook in Nederland, gebruikt werd. De vrouwelijke opstandelingen zongen dit nummer tijdens hun protesten. De grote opkomst zorgde voor internationaal nieuws.

De strijd voor vrouwenkiesrecht

Ook in Engeland en Frankrijk werd al vanaf de Gouden Eeuw gepleit voor vrouwen. Pas dik een eeuw later begon er een verschuiving. In Engeland was het filosoof John Stuart Mill die in 1867 een amendement indiende en verzocht om vrouwenkiesrecht. Het amendement werd verworpen met 194 tegen 73 stemmen. Verbaasd en bemoedigd dat er toch enkelen vóór het amendement hadden gekozen, werd in Engeland in 1868 de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht. Het bleek geen simpele strijd. Een ‘suffragette’ zijn, een voorvechter van vrouwenkiesrecht, werd door velen gezien en geportretteerd als de oude, lelijke vrijster die het niet is gelukt een man te krijgen. Vrouwen die wel getrouwd waren en gelijke rechten wilden, werden maar al te vaak geslagen door hun man – volgens de Engelse wet mocht dat met een stok niet dikker dan een duim – en haar kinderen haar ontnomen.

 

Bij de protesten werden vrouwen door politie neergeknuppeld en gearresteerd. Zij kregen niet de behandeling van politiek gevangenen, maar van criminelen. Dit leidde tot hongerstakingen met vervolgens een zeer pijnlijke dwangvoeding waarbij een slang met geweld door de neus werd geboord. Als een suffragette immers zou overlijden, zou de beweging op nog meer steun kunnen rekenen en daar zat de politiek niet op te wachten. Een einde aan het geweld kwam pas toen de Britse Emily Davison op 4 juni 1913 overleed tijdens een poging om aandacht te vragen voor de vrouwenbeweging en voor het paard van de koning sprong tijdens een derby. Zij was een fervent activiste, had negen keer in de gevangenis gezeten en had 49 keer dwangvoeding gekregen. Pas na de Eerste Wereldoorlog kregen vrouwen kiesrecht in Groot-Brittannië. In eerste instantie betrof het vrouwen vanaf 30 jaar, met als argument dat het aantal verloren mannen tijdens de oorlog opgevangen moest worden door vrouwen, maar vrouwen geen meerderheid mochten vormen; dat zou het teveel kleuren.

Hoe verliep het in Nederland?

Hoe zat het nu in Nederland? Als we het hebben over de eerste feministische golf, dan beklijven wellicht de namen Aletta Jacobs of Wilhelmina Drucker, a.k.a. ‘Dolle Mina’, maar verder dan dat lijkt de strijd hier minder heftig gestreden. Is dat zo?

Vrouwen mochten in Nederland niet fietsen en niet zwemmen, hadden geen politiek status – mannen vonden vrouwen te wispelturig en emotioneel om objectief te zijn -, waren handelingsonbekwaam en mochten geen contracten tekenen, ongehuwde vrouwen werden aan hun lot overgelaten en waren afhankelijk van vaders en broers voor levensonderhoud, ook vrouwen met buitenechtelijke kinderen werden verstoten van de maatschappij.

Het was Betsy Perk, één van de eerste Nederlandse feministen, die in 1871 een oproep deed om ongehuwde vrouwen de kans te geven in hun eigen levensonderhoud te voorzien en richtte haar eigen arbeidsbemiddelingsbureau ‘Arbeid Adelt’ op. Deze vereniging streed voor verbetering van en meer banen voor vrouwen, gehuwd of ongehuwd. De behoefte aan onderwijs werd onder vrouwen zo ook groter.

Aletta Jacobs was de eerste vrouw die aan een universiteit studeerde en eerste vrouwelijke arts in Nederland. In maart 1883 verzocht ze de Amsterdamse gemeenteraad om verkiesbaar te worden gesteld, omdat ze voldeed aan alle, bij de wet gestelde, eisen. Er werd geantwoord dat ‘van vrouwen niet kon worden verwacht dat ze in bezit waren van alle burgerschapsrechten’. Aletta ging ertegen in beroep en bracht het voor de arrondissementsrechtbank en de Hoge Raad. In 1887 vond er, mede door dit verzoek, een grondwettelijke verandering van het kiesrecht plaats; de kiezers moesten vanaf toen tekenen van maatschappelijke welstand en geschiktheid vertonen. Nu werd echter ook vastgelegd dat ze mannelijk moesten zijn.

Dit werd uiteindelijk aanleiding voor Wilhelmina Drucker om een Vereniging voor Vrouwenkiesrecht in 1893 op te richten. Nog in de zomer van ’93 vond er een lezing plaats over algemeen kiesrecht met als spreker onder andere de Leeuwarder Piter Jelles Troelstra, die een jaar later één van de grondleggers was van de politieke SDAP. Aletta Jacobs werd in 1895 voorzitter van de Kiesrechtvereniging, afdeling Amsterdam.

tegenvkr

 

Makkelijk ging het niet. Af en aan verloor de vereniging leden. Vrouwen vonden de vereniging weer té feministisch en vooruitstrevend en er ontstonden allerlei afsplitsingen, wat het bemoeilijkte één geheel te vormen. Feministen kregen hiernaast, net als suffragettes, een stigma als oude vrijsters en veel vrouwen wilden zich daar niet mee associëren. Jacobs deed haar best om met zoveel mogelijk afdelingen samen te werken. Er werden congressen gehouden, vergaderingen verstoord, brandjes gesticht in publieke gebouwen en grote manifesten gehouden waarbij vrouwen dikwijls in aanraking kwamen met de politie. Het was de grote demonstratie op 18 juni 1916 waaraan 18.000 vrouwen én mannen deelnamen die aanzette tot opnieuw een voorstel in de Tweede Kamer. Uiteindelijk kregen vrouwen in 1918 passief kiesrecht en in 1919 actief. De eerste vrouw in de Tweede Kamer was Suze Bonnema, onder de SDAP.

Daarmee leek de strijd gewonnen en zakte de vrouwenbeweging weer wat in. Mede door de crisis en de Tweede Wereldoorlog raakte het onderwerp ‘vrouwen’ op de achtergrond. Pas in 1956 werden vrouwen volgens de wet ‘handelingsbekwaam’. En het was pas eind jaren ’60 dat, mede door een artikel van Joke Smit, de strijd nog niet gewonnen bleek. Het vrouwenkiesrecht was er wel, maar het veranderde in feite niets aan de leefstijl en verhoudingen tussen man en vrouw. Dit zette weer aan tot een tweede feministische golf.

En nu?

Met deze geschiedenis in m’n achterhoofd, verbaast me de behouden reactie op zo’n International Women’s Day. Nog geen eeuw hebben vrouwen in Nederland kiesrecht, nog geen zestig jaar kunnen vrouwen een eigen bankrekening openen. Er zijn vrouwen voor gestorven, gemarteld en hebben hiervoor op de barricaden gestaan, zodat wij tegenwoordig in een bureaustoel kunnen zitten.  Een meerderheid van de vrouwen vond de feministische stroming toen zelfs overdreven en onnodig. En nu doen we er lacherig over, noemen sommigen het zelfs ‘achterhaald’. Pardon?

Misschien wordt het tijd voor een herziening, een evaluatie van wat de afgelopen eeuw Nederland gebracht heeft op economisch, politiek en maatschappelijk vlak. En moeten we de emancipatiebeweging niet zien in het licht van ongelijkheid, of een discussie over wat de ene sekse heeft en de ander al dan niet, maar in het licht van gelijkwaardigheid en behoefte.

Zolang ik nog abrupt wordt verstoord op de dansvloer door een zestal onbekende jongens dat een weddenschap houdt om m’n cupmaat – en ik maar tegen een ‘grapje’ moet kunnen -, zolang er nog verkracht, misbruikt en verhandeld wordt, zolang vrouwen nog besneden worden, nog beschaamd om hun post-zwangerschap figuur, zolang m’n maatschappelijke waarde nog steeds deels afhangt van het hebben van een relatie of niet, zolang vrouwen nog als lustobject worden neergezet én zolang dit alles nog gezien wordt als ‘geklaag’, vind ik: er zijn nog heel wat meters te maken. Die behoudendheid onder Hollandse vrouwen vind ik bijna eng lijken op de vrouwen die dik een eeuw geleden niets moesten hebben van vrouwen die streden voor kiesrecht. Lacherig doen over een ‘achterhaalde’ vrouwendag, vind ik een teken van gebrek aan historisch besef, onterend en behoorlijk laconiek.

Dus, vrouwen en mannen, m’n oproep: als je een beetje respect voor jezelf hebt en de vrouwen die hier voor hebben gestreden, noem je alsjeblieft een feminist, omdat je in je recht staat, omdat je er trots op mag zijn. Om de eer van de vrouwen die op de barricade stonden hoog te houden. Omdat een feminist als ‘oude vrijster’ of ‘mannenhater’ bestempelen pas écht achterhaald is.

Bron: Atria